De impuls van Christus zal pas in een latere tijd geheel begrepen worden

De impuls van Christus was een zo grote, dat de mensheid hem slechts in zeer geringe mate begrepen heeft en dat hij pas in een latere tijd geheel begrepen zal worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 103 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Hamburg, 30 mei 1908 (bladzijde 182)

 

 

Boeddha/Christus

Het is nu 1900 en nog eens 500 jaar geleden, dat de grote Boeddha op aarde leefde. De occulte feiten leren ons, dat het nog wel 3000 jaar zal duren, voordat de mensen in grotere getale zo ver gekomen zijn, dat ze uit eigen morele overtuiging, uit eigen hart en ziel het achtvoudige pad, de wijsheidsleer van Boeddha, in zich ten volle kunnen ontwikkelen. De Boeddha moest eerst er zijn en vandaar ging de kracht uit, die de mensen tot ontwikkeling van de wijsheid van het achtvoudige pad zal voeren; dan is het hun geestelijk eigendom geworden  – dit duurt dus nog ongeveer 3000 jaar. De mensen zullen zelf op deze leer komen; ze zullen deze niet van buitenaf hoeven op te nemen. Ze kunnen dan zeggen, dat dit achtvoudige pad uit hen zelf te voorschijn komt als de leer van medelijden en liefde.

Als er niets verder gebeurd zou zijn, dan dat Boeddha “het rad der gerechtigheid”had laten rollen, dan zou de mensheid na 3000 jaar ook wel zo ver gekomen zijn, dat ze zelf die leer van medelijden en liefde “kende”; maar het is heel wat anders, ook de kracht te hebben ontvangen om er naar te leven. Dat is het onderscheid: niet alleen maar weten van het bestaan van medelijden en liefde, maar ook dat medelijden en die liefde te ontwikkelen onder leiding van een persoonlijkheid. Dit ging van de Christus uit – Hij goot om zo te zeggen de mensen de liefde in en deze zal geleidelijk groeien. Als de mensen nu aan het einde van hun ontwikkeling gekomen zullen zijn, dan zullen ze als wijsheid bezitten: de inhoud van de leer van medelijden en liefde. Dat hebben ze dan aan Boeddha te danken. Maar tevens zullen ze de liefde vanuit hun Ik naar de mensen kunnen doen uitstromen en dát zal de mensheid aan de Christus te danken hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 114 – Das Lukas-Evangelium – Bazel 25 september 1909

Vertaling A. Goedheer-de Keizer

Eerder geplaatst op 7 september 2011 en 2 juli 2013

Middel tegen slapeloosheid

Probeert u in de ogenblikken dat u de slaap zoekt en niet kan vinden, heel levendig aan uw voeten te denken en alsof u het hele bewustzijn in de voeten legt, denkt u in de voeten het woord “mijn levenskracht”. Het zal niet lang duren en de slaap zal komen. Noodzakelijk is alleen dat het hele proces zo innerlijk ongedwongen mogelijk verloopt, zodat op elk moment de voorstelling vanzelf in de voorstellingsloosheid kan overgaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 – 1914 – Barr, 8 september 1906 (brief aan Günther Wagner – bladijde 112)

Duistere wetenschap

Tegenwoordig noemt men vaak wetenschap niet datgene wat de wereld verklaart – “erklären” kommt von der Klarheit des Lichtes -, tegenwoordig noemt men vaak wetenschap wat niet verheldert, maar wat verduistert en schemerig maakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt –  Dornach, 24 december 1922 (bladzijde 146)

Eerder geplaatst op 15 november 2011.

Zolang u wenst eeuwig te leven, zult u geen voorstelling van de toestand na de dood verkrijgen

Een oude ingewijde scherpte het zijn leerlingen steeds weer opnieuw in: U zult van de onsterfelijkheid der ziel alleen weten, als u evenzo graag aanvaardt, dat de ziel na de dood vernietigd wordt als dat zij eeuwig zal leven. Zolang u wenst eeuwig te leven, zult u geen voorstelling van de toestanden na de dood verkrijgen. – Zoals bij deze belangrijke kwestie, zo is het met alle waarheden. Zolang de mens nog de geringste wens in zich heeft, dat de zaak zo of zo zou zijn, kan het pure heldere licht van de waarheid hem niet verlichten. Wie bijvoorbeeld bij zijn zelfbeschouwing de zelfs ook nog zo verborgen wens heeft, dat de goede eigenschappen bij hem overwegen, bij die zal deze wens hem voor de gek houden (Duits: ein Gaukelspiel vormachen) en geen echte zelfkennis mogelijk maken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen 1904-1924 (bladzijde 66)