Zolang u wenst eeuwig te leven, zult u geen voorstelling van de toestand na de dood verkrijgen

Een oude ingewijde scherpte het zijn leerlingen steeds weer opnieuw in: U zult van de onsterfelijkheid der ziel alleen weten, als u evenzo graag aanvaardt, dat de ziel na de dood vernietigd wordt als dat zij eeuwig zal leven. Zolang u wenst eeuwig te leven, zult u geen voorstelling van de toestanden na de dood verkrijgen. – Zoals bij deze belangrijke kwestie, zo is het met alle waarheden. Zolang de mens nog de geringste wens in zich heeft, dat de zaak zo of zo zou zijn, kan het pure heldere licht van de waarheid hem niet verlichten. Wie bijvoorbeeld bij zijn zelfbeschouwing de zelfs ook nog zo verborgen wens heeft, dat de goede eigenschappen bij hem overwegen, bij die zal deze wens hem voor de gek houden (Duits: ein Gaukelspiel vormachen) en geen echte zelfkennis mogelijk maken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen 1904-1924 (bladzijde 66)

14 gedachtes over “Zolang u wenst eeuwig te leven, zult u geen voorstelling van de toestand na de dood verkrijgen

  1. Voor mijn gevoel kom ik inderdaad net kijken.
    Ik haal er momenteel uit dat je blanco “moet” zijn en vertrouwen moet hebben in de geestelijke wereld.
    Maar er is ook zo veel gevaar dat op de loer licht, de krachten van Ahriman en Lucifer. Of haal ik de boel nu door elkaar????

    1. Hedvig, zoals wel vaker begrijp ik de citaten die ik plaats zelf ook lang niet altijd 100 procent, maar dit citaat trof mij toch omdat Steiner hierin zegt dat het je in feite onverschillig moet zijn of er nu onsterfelijkheid der ziel en voortbestaan na de dood bestaat of niet bestaat. Men moet zich dus uitsluitend laten leiden door de waarheid en niet door persoonlijke wensen en voorkeuren. Dat heb ik eigenlijk altijd wel gehad, althans wat het al dan niet voortleven na de dood betreft. Ik ben absoluut overtuigd van de onsterfelijkheid van ziel en geest, maar persoonlijk heb ik er helemaal geen belang bij. Ik heb in feite helemaal niet veel zin in een eeuwig leven en ik zou er vrede mee hebben als alles na de dood zou zijn afgelopen.
      Dat materialisten en atheïsten er altijd weer mee komen aanzetten dat al het geloof en religie door mensen is bedacht en verzonnen uit angst voor de dood, is dan ook de grootst mogelijke onzin. Verder leven na de dood is in feite veel angstwekkender dan dat er helemaal niets zou zijn.

  2. Ik wil hier graag op reageren, Ridzerd, maar ik moet jouw reaktie eerst goed overdenken. Dan het citaat nog eens lezen, wellicht de originele tekst.
    Ik kom erop terug.

    1. Ik zou hier nog op terug komen. Veel verder ben ik niet gekomen.

      Ridzerd, je zegt dat je liever niet eeuwig zou leven en het zo wel goed vindt. Volgens mij is dat een van de redenen dat we nagenoeg niets meer weten van hetgeen we eerder hebben uitgespookt.

      1. Dat zou best eens kunnen, Hedvig. Ik denk dat veel mensen niet zo veel zin hebben aan een leven na de dood of er bang voor zijn en er daarom ook maar niet in geloven. Aan de andere kant zijn er ook genoeg die zichzelf wijsmaken dat men na de dood meteen een soort paradijstoestand binnentreedt. Maar het gaat er uiteindelijk om wat de waarheid is en niet wat iemand zelf het beste bevalt.

  3. Walter Hebing

    Ik vind Steiner wel heel kort door de bocht gaan, het Leven ls een eeuwig durende Liefdeskacht, die op haar inpulse wijze vorm wil geven aan de manifestaties van het Leven. Het is geen dwingende kacht, ze maakt de mens er telkens weer op attent dat zij er is, als de mens in een diep dal valt of er bewust in wil verkeren, zoals Jacob Böhme het in de zestiende eeuw al vertelde, Namelijk: Hoe de ziel tot de Goddelijke aanschouwing en gehoor moge komen, en met haar kindschap in het natuurlijke en bovennatuurlijke leven is. Hoe zij uit de natuur, in God, en wederom uit God, in de natuur der zelfheid ingaat, en ook wat haar Zaligheid en verderf is. Ik heb er één vraag van de discipel uitgelicht, namelijk: De zingeving van de mens aan het leven.
    6. Discipel: Nu ik in de natuur sta, hoe kan ik dan door de natuur in de boven-zinnelijke grond komen, zonder de verbreking der natuur?
    Meester: Daarvoor zijn drie dingen nodig: het eerste is, dat ge uw wil aan God overgeeft, en volledig verzinkt in Zijn Barmhartigheid. Het tweede is, dat ge uw eigen wil haat en niet doet waartoe uw wil u drijft. Het derde, dat ge u aan het kruis onderwerpt, opdat ge de aanvechting der natuur en creaturen moogt verdragen. Wanneer ge dit doet, dan zal God in u spreken, en uw gelaten wil in Hem in de bovennatuurlijke grond invoeren. Dan zult ge horen wat de Heer in u spreekt.
    Ik heb het intervieuw een paar keer doorgelezen, het beantwoordt een aantal opmerkingen van Ridzerd, echter ik zou in plaats van het woord: God, kind gebruiken. Immers voor mijn gevoel is elk kind, waar ook ter wereld geboren, voor zes dagen een mediater tussen kosmische en aardse krachten en machten.
    Immers in elk pasgeboren kind vallen interpretaties van het verleden en toekomstvoorspellingen samen in het nu.Echter voordat kinderen zelf passen op de wereld zetten worden ze bestookt door de klankkleuren der sprookjes, vertelt door hun moeder uit wiens schoot ze geboren zijn! De klankkleuren van de koning en het prinsje, de wolf, enz. zitten al eerder in het brein van het kind geprent, dan de klankkleuren van de natuurlijke omgeving en in het huidige tijdperk krijgen ze er nog beelden(TV) bij ook.
    Ik werd al vroeg in mijn jeugd opgeofferd aan Bijbelse opvattingen over het leven op aarde, echter ik had in mijn jeugd genoeg tijd om me in de bossen, heiden, velden, steden, dorpen en de duinen te begeven, waar onze enige angst was, weggejaagd worden door onze oudere medemens. Terwijl we zo gehecht waren aan het grondig verkennen van onze omgeving. Wij voelde onszelf als kind overal in de natuur geborgen, maar waakte voor onze oudere medemens, we gingen nooit van de honger of dorst naar huis, enkel alleen om onze moeders te gerieven, waar enkele ervan al ruim voor tijd, ongeduldig op haar kind stond te wachten. Nog erger werd het wanneer we door wat dan ook onderweg naar huis, opgehouden werden en soms een uurtje te laat kwamen, dan brak de hel los.
    Ik denk dat ik het bovenzinnelijke van mijn ziel toch anders beleef dan wat Steiner er over geschreven heeft, en zelfs wat Jacob Böhmer er over samenpakt. Al drukt hij het veel natuurlijker uit. Wanneer ge u één ogenblik kunt verheffen in hetgeen waar geen Creatuur woont, dan hoort ge wat God spreekt. Wonen is een hoedanigheid van dieren en mensen en voorbij dit gegeven is de levensgeest nog ietwat zuiverder, alhoewel de mijnbouw, bosbouw, veeteeld en landbouw dit gebied ook aardig aan het omwoelen is op aarde.
    Ik heb in mijn jeugd ooit geleerd, dat wat in Naam van God verbonden is kan de mens niet scheiden, iets verder doorgedacht: Dat wat ontstaan is uit het vleesgeworden Woord, zal de mens niet scheiden, indien hij het toch doet, verlaat hij God en maakt geen deel meer van uit van het Levensscheppende Leven, Het Adam en Eva symbool! Steiner wilde Jezus Christus in zijn begrippenstelsel opnemen, Jacob Böhmer beschrijft dat dat onmogelijk is, wat ik onderschrijven kan. Liefde is immers een onbepaald begrip, valt niet in woorden uit te drukken!
    Tot zover
    Walter Hebing

  4. Beschrijft Steiner hier niet dezelfde ontwikkeling, die ook bij de opvoeding van een kind een rol speelt. Eerst wordt door belonen en straffen (of aankondiging van beloning en straf) geprobeerd om goed gedrag aan te kweken.
    Dat moet langzamerhand een gewoonte worden, waarna men als opgroeiend mens verder gaande op de weg naar begrijpen van het leven, afhankelijk van ervaring en het nadenken daarover (deels denken “met het hart”) tot een eigen moraliteit komt.
    Dit willen begrijpen vooral ook van jezelf is iets wat ieder gezond persoon wil.
    Zoals Socrates al zegt:
    “Een leven, dat niet kritisch naar zichzelf kijkt is niet waard geleefd te worden”.
    Hier geldt geloof ik: Zoekt en gij zult vinden.

    Als men enkel goed doet “om in de hemel te komen” is dat welbeschouwd toch een idee van een “calculerende burger”.
    Zoals mooi weergegeven in het Salomonsoordeel waar de echte moeder kiest voor het leven van haar kind – ook al zou ze het moeten achterlaten bij de onechte moeder – terwijl de onechte genoegen neemt met het in tweeën hakken daarvan, zo kan men zich de eigen logica van de liefde voorstellen.
    Als het erop aan komt houdt het calculeren op en blijft alleen Vertrouwen op het goede over.
    Dat er was vanaf het begin en zonder dat er niets zou bestaan.

    1. Ik vind het ook wijs.
      Natuurlijk zegt Steiner ook zoiets als hij zegt dat kinderen tot ongeveer hun 7e jaar (de tandenwisseling) uitsluitend door imiteren leren.

  5. ergens schrijft Steiner ook, dat diegenen die alleen interesse in onsterfelijkheid hebben en niet in ongeborenheid (wat de andere helft is), dat dat dan meestal ook vanuit egoïstische motieven gebeurd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s