Grote tragedie

De mensheid heeft eeuwenlang zijn intellectuele leven ontwikkeld. Dit intellectuele leven heeft de mensheid langzamerhand uit de spiritualiteit (Duits: Geistigkeit) weggevoerd. Het intellect is geest, is zelfs puur geest, maar heeft echter niet meer een geestelijke inhoud, maar zoekt als zijn inhoud de uiterlijke natuur, de uiterlijke wereld van de natuur. Dus het verstand is geest, vervuld zich echter met iets dat voor hem niet als geest kan verschijnen. Dat is de grote tragedie, het hedendaagse wereldtreurspel, dat de mens in zichzelf kan blikken en zich moet zeggen: Als ik verstandelijk actief ben, ben ik geestelijk werkzaam, maar tegelijk onmachtig het geestelijke onmiddellijk in deze geest op te nemen. Ik vervul deze geest met het fysiek-zintuiglijke bestaan (Duits: Naturdasein). – Dat versnippert en isoleert de mens. En als men deze versnippering en verlatenheid ook niet toegeven wil, ze is toch in de geestelijke regionen van de menselijke ziel aanwezig, en ze vormt de wortel van alle kwaad en de basis van de tragiek van onze tijd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 211 – Das Sonnenmysterium und das Mysterium von Tod und Auferstehung – Wenen 11 juni 1922 (bladzijde 200)