Karma en keuze

Ik heb in een openbare voordracht aangeduid hoe het kind geheel en al zintuigorgaan is, hoe het ieder gebaar, iedere beweging van de mensen om hem heen beleeft. Maar het beleeft ieder gebaar, iedere beweging in zijn morele betekenis, zodat het kind aan een driftige, opvliegende vader het immorele beleeft, dat met de opvliegendheid verbonden kan zijn. En het kind beleeft in de fijnste bewegingen, die de mens in zijn omgeving maakt, de gedachten die deze mens heeft. We zouden onszelf daarom nooit moeten toestaan onzuivere, immorele gedachten in de omgeving van een kind te hebben en zeggen: In gedachten kunnen we dat toelaten, het kind weet toch niets daarvan. – Dat is niet waar. Als we denken, bewegen zich altijd op een bepaalde manier op zijn minst onze innerlijke zenuwstrengen. Deze neemt ook het kind waar, vooral in de allereerste jaren. Het kind is een subtiele waarnemer en nabootser van zijn omgeving. Maar het merkwaardige, ik zou willen zeggen, het in verheven zin interessante is, dat het kind niet alles nabootst, maar dat het een keuze maakt. En deze keuze gebeurt eigenlijk op een zeer gecompliceerde wijze.

Bedenkt u dus eens, in de omgeving van het kind handelt een ondoordachte, opvliegende vader, die allerlei dingen doet die eigenlijk niet goed zijn. Omdat het kind geheel zintuigorgaan is, moet het al deze dingen opnemen, omdat het oog zich niet verweren kan, het moet dat zien, wat in zijn omgeving is. Maar het kind neemt wat het daar ontvangt, alleen in waaktoestand op. Nu begint het kind te slapen. Kinderen slapen veel. En tijdens de slaap maakt nu het kind de keuze. Datgene wat hij wil opnemen, stuurt het vanuit zijn ziel in zijn lichaam. Wat het niet opnemen wil, stoot hij gedurende de slaap naar buiten in de etherische wereld, zodat het kind alleen dat in zijn lichamelijkheid absorbeert, waartoe het is bestemd door zijn karma, door zijn lot. De werkingen van het lot ziet men in het bijzonder levendig in de allereerste kinderjaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen, Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo) 19 mei 1923 (bladzijde 66)

Een gedachte over “Karma en keuze

  1. cisca

    Ridzerd,

    Dit citaat plaatst me jaren terug en ik kan dan helemaal in het “wezenlijke” van de inhoud van de woorden komen.
    ’t Is echt fascinerend om mijn zoon en dochter te zien in hun volwassen handelingen (ik noem dit de persoonlijkheid) die in de loop van de jaren gevormd zijn door milieu-invloeden (aanpassingen!! bv…) en hun individualiteit die door alles heenschemert en die langzamerhand door levenservaringen de overhand krijgt, die zij durven te tonen!

    Gerhard Wehr die veel boeken op zijn naam heeft staan, oa een biografie van Rudolf Steiner, heeft een werkelijk indrukwekkend boek geschreven, een confrontatie en synopsis: JUNG EN STEINER (in engels, duits, nederlands en antiquarisch nog te koop)
    Beiden, met hun individuele “karmische”!! instrumentarium, hebben zich volledig ingezet om de mens bewuster te maken, hun vaak verwaarloosde “rijkdom” te laten zien.
    In 2003, na een existentiele crisis, schreef ik:

    De droom, opgedragen aan Steiner en Jung

    ’s Nachts als de ziel,
    bevrijd van
    aardse last,
    zichzelve kan bezien
    is zij gereed voor heiliging.
    Men spreekt met haar
    in nooit
    vernomen stem;
    geroerd hoort zij
    deez troost,
    voelt ware heiliging.
    En als de nacht
    verglijdt in
    ochtendschemering
    verschijnt
    ’t voorbije, gehuld in
    beeld en symboliek:
    weemoedige herinnering.

    Het “IK”, dus de christuskracht, staat voor hen centraal.
    Bij Steiner groots uiteengezet in het “Johannes evangelie”,
    bij Jung toegespitst in “Antwoord op Job”.

    Cisca

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s