Het geloof dat alle mensen hen schade of kwaad willen berokkenen, zal het meeste bij egoïstische naturen ontstaan

Wie door het leven gaat en zijn blik een weinig helderziende heeft laten maken door de spirituele wetenschap, die zal altijd zien – vanzelfsprekend zijn er redenen om over liefdeloosheid te klagen, maar niettemin zal men zien -, dat het meeste over liefdeloosheid wordt geklaagd door degenen, die eigenlijk egoïsten zijn; en het geloof dat alle mensen hen schade of kwaad willen berokkenen, zal het meeste bij egoïstische naturen ontstaan, terwijl naturen die van zichzelf liefdevol en in staat tot liefde zijn, niet gemakkelijk tot het geloof komen, dat ze vervolgd worden, dat men hen alle mogelijke kwaad wil doen enzovoort.

Bron: Rudolf Steiner – GA 275 – Kunst im Lichte der Mysterienweisheit – Dornach 3 januari 1915 (bladzijde 143-144)

11 gedachtes over “Het geloof dat alle mensen hen schade of kwaad willen berokkenen, zal het meeste bij egoïstische naturen ontstaan

  1. Is het ook een vorm van egoïsme als je steeds maar klaagt over je eigen liefdeloosheid omdat je gemakkelijk tot het geloof komt dat je jezelf vervolgt, dat je jezelf voortdurend kwaad wilt doen?

    1. Haike

      Ik denk wel dat je een oordeel over je zelf hebt, als je klaagt over het feit dat je je liefdeloos opstelt naar een ander toe. Of lees ik nu in jouw tekst iets wat jij helemaal niet bedoelt?

      1. Nee, ik ken geen voorbeeld van Steiner die op zichzelf moppert. Hij praatte ook niet graag over zichzelf, zoals je weet. Wel vond ik het opvallend in zijn Brieven (in Nederlandse vertaling verschenen), dat hij soms behoorlijk negatief is over sommige theosofen/antroposofen. Dat komt men maar zeer zelden bij Steiner tegen.

      2. Er komen meteen twee anekdotes bij me op. De jonge Richard Specht, voor wie Steiner huisleraar was, beschrijft dat Steiner tot diep in de nacht bleef vechten om wakker te blijven door volkomen zinloos allerlei teksten handmatig over te schrijven, maar dikwijls toch in slaap viel. Of hij hier ook gewag maakte van de sloten koffie die hij dronk, weet ik niet meer. De tweede anekdote stamt van Andrej Bely (ook in het Nederlands vertaald als ‘Mijn jaren met Rudolf Steiner’), die ten tijde van de bouw van het eerste Goetheanum in Dornach beschrijft hoe verstrooid Steiner thuis was. In plaats van een boek zette hij zijn pantoffel op de boekenplank en liep vervolgens te mopperen dat hij die nergens kon vinden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s