Karma/Ziekte/Gezondheid

Zoals in alle dingen die de mensen betreffen, mag met betrekking tot gezondheid en ziekte de zaak niet zo opgevat worden, alsof ze zonder meer “straf” en “beloning” zouden zijn voor wat de mens in een vroeger of wellicht zelfs in dit leven heeft begaan. Er kan bijvoorbeeld een persoon door een ziekte getroffen worden, waarvoor geheel geen oorzaak aangewezen kan worden, noch in het voorgaande, noch in het huidige leven. Dan treedt de ziekte in zekere zin als eerste gebeurtenis in de mens zijn levensloop op, zij is zelf een eerste oorzaak. Zij zal dan haar uitwerking op enigerlei wijze in de volgende levensloop met zich meebrengen. De wet van karma werkt zeer zeker overal; men moet echter niet geloven dat men overal alleen werkingen heeft, waarvan de oorzaken in het verleden liggen; men kan ook met oorzaken te maken hebben, waarvan de gevolgen in de toekomst zullen liggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE (bladzijde 404-405)

16 gedachtes over “Karma/Ziekte/Gezondheid

  1. @Ridzerd
    Een goede zondagmorgen! Dank weer voor je citaat.

    Mij viel het volgende stukje op:
    Das Karmagesetz wirkt unbedingt überall; aber man darf nicht glauben, daß man überall bloß Wirkungen hat, zu denen die Ursachen in der Vergangenheit liegen; ebenso kann man es mit Ursachen zu tun haben, deren Wirkungen in der Zukunft liegen werden.
    ‘Men kan ook met oorzaken te maken hebben, waarvan de gevolgen in de toekomst zullen liggen.’
    Je citaat heeft betrekking op karma, ziekte en gezondheid. Men kan het ook breder trekken en in wezen elke daad in het heden zien als een oorzaak waarvan de werking/het effect in de toekomst zal liggen.
    Rudolf Steiner geeft voor de dagen in de week bepaalde oefeningen.
    Anweisungen für eine esoterische Schulung bdn-steiner.ru/cat/ga/245.pdf

    Voor de dinsdag is de oefening:
    Die aüsseren Handlungen.
    Diese sollen nicht störend sein für unsere Mitmenschen. Wo man durch sein Inneres (Gewissen) veranlasst wird zu handeln, sorgfältig erwägen, wie man der Veranlassung für das Wohl des Ganzen, das dauernde Glück der Mitmenschen, das Ewige, am besten entsprechen könne.
    Wo man aus sich heraus handelt – aus eigener Initiative – , die Wirkungen seiner Handlungsweise im voraus auf das Gründlichste erwägen.

    Man nennt das auch .

    De uiterlijke handelingen.
    Deze moeten voor onze medemensen niet storend zijn. Waar men door zijn innerlijk (geweten) tot handelen wordt aangezet, zorgvuldig afwegen, hoe men hier het beste aan kunt beantwoorden met het oog op het algehele welzijn, het blijvende geluk van de medemens, het eeuwige.
    Als men vanuit zichzelf handelt – uit eigen initiatief – overweeg dan de effecten van de eigen handelwijze van te voren zo grondig mogelijk.

    Men noemt dit ook wel: .

    De oefening is van belang met het oog op het vooraf proberen te overzien wat gevolgen van je handelingen kunnen zijn. Bewustzijn oefenen ten opzichte van handelingen in het hier en nu als oorzaken voor gevolgen in de toekomst.

  2. Je schrijft: Je citaat heeft betrekking op karma, ziekte en gezondheid. Men kan het ook breder trekken en in wezen elke daad in het heden zien als een oorzaak waarvan de werking/het effect in de toekomst zal liggen.

    Dat is in feite wel vanzelfsprekend; wie in reïncarnatie en karma “gelooft”, die is ook wel zeker dat elke daad een werking/effect in de toekomst heeft. Maar wat die werkingen of gevolgen dan zullen zijn, dat is wat mij betreft een getob. Ik lees bij Steiner dat veel aan sport doen eigenlijk niet goed is, het zou de mens te veel aan de aarde kluisteren en de mens van het geestelijke vervreemden. Aan de andere kant zie je nu de Olympische Spelen met sporters die jaren- en jarenlang trainen om een kwart seconde sneller te zwemmen of te lopen dan anderen. Wat zijn daar de karmische effecten van? Vormen zulke sporters eigenlijk niet een geweldige wilskracht en doorzettingsvermogen door hun sportbeoefening? Vormt het hun karakter soms niet? Daar hoor je Steiner nooit over.

    1. Wat minder vanzelfsprekend is – en daarom geeft Steiner ook de oefening ‘de juiste daad’ – is het van te voren zo grondig mogelijk overwegen van de effecten van de eigen handelwijze bij de dingen die men doet en de besluiten die men neemt. dat geldt voor individuele mensen en ook voor ‘de politiek’, voor organisaties’ etc. In deze praktische oefening (voor de dinsdag) wil hij ons wijzen op het belang daarvan.

  3. Steiner relativeert de waarde van sporten. Hij noemt het ergens een vorm van praktisch Darwinisme. Eenzijdig. Niet dat hij kinderen sport wilt ontzeggen. Als dat nu eenmaal gebruik is in een bepaalde cultuur, in een bepaald land, zoals bijvoorbeeld cricket in Engeland, dan vindt hij niet dat je daaraan moet onttrekken.
    Ik denk dat hij voor het beoefenen van wilskracht en doorzettingsvermogen ‘gezondere’ wegen verkiest dan via (top)sport.

    1. Ja, maar ik heb toch moeite met de gedachte dat sport volgens Steiner nu eenmaal iets is waar men maar aan moet meedoen omdat het nu eenmaal gebruik is in onze cultuur, maar dat het eigenlijk niet goed is. Voor veel mensen is sport hun lust en hun leven (ik vond het zelf als kind ook wel leuk, ik heb aan judo en voetbal gedaan) en ik ervaar ik het als zeer storend dat men zich daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten houden omdat het niet hoog en geestelijk genoeg zou zijn.
      Dat andere wegen om bepaalde vermogens of krachten te ontplooien beter zouden zijn, is ook maar de vraag. Misschien maken de mensen in hun sportbeoefening wel ervaringen mee die ze anders niet zouden meemaken en dat lijkt mij wel een goede zaak. Men doet toch levenservaring op.

  4. Ik heb ook aan sport veel positiefs ervaren (bijvoorbeeld met voetballen tot zelfs betaald professional), het plezier, buitenlandse reizen etc. Het is dus ook voor mij niet zwart-wit. Ook voor Steiner niet. Hij beweert, dacht ik, ook nergens dat sport slecht zou zijn. En als in algemene zin ‘het ene’ beter is dan ‘het andere’ wil dat nog niet zeggen dat ‘het andere’ slecht is. Daarom schreef ik dat Steiner de sportbeoefening ‘relativeert’. Ik bedoel daarmee dat hij het ‘in verhouding tot’ of ‘vergelijkenderwijze’ beschrijft. In de derde voordracht van GA 303 zegt hij bijvoorbeeld:
    ‘Die Religion hat die innerliche Kraft, das Physische des Menschen zu starken, verloren. Daher ist der Instinkt entstanden, auf äußerliche Weise sich diese Kraft zuzuführen. Und wie alles im Leben polarisch wirkt, so haben wir hier die Tatsache, daß, was der Mensch auf dem
    Gebiete der Religion verloren hat, er sich instinktiv auf äußerliche Weise zuführen will. Nun, ich will ganz sicher keine Philippika (strafrede, donderspeech) gegen das Sportwesen halten, will gar nicht das Geringste gegen die Berechtigung des Sportwesens sagen, bin auch überzeugt davon, daß es sich schon in gesunder Weise weiterentwickeln wird. Aber es wird in der Zukunft eine andere Stelle im Menschenleben einnehmen, während es heute ein Religionsersatz ist. Solche Dinge erscheinen einem paradox, wenn sie heute ausgesprochen werden. Aber gerade die Wahrheit erscheint heute paradox, weil wir in so vieles in der modernen Zivilisation hineingeraten sind’.

    1. Nu nee, slecht noemt hij het niet. Het is zeer interessant wat je hier van hem citeert. In GA350 de eerste voordracht zegt hij ook veel over sport en dansen en turnen. Ik zou anders de belangrijkste passages wel even kopieren, maar ik heb momenteel zowat nergens fut voor.

    1. Je kunt bij het posten in reactieruimten bij WordPress niet even een voorbeeldexemplaar bekijken, waarmee je kunt zien of iets wel of niet is gelukt en mogelijk aanpassing behoeft. Dat is op zich wel jammer.

      Zeer interessante voordracht. Dat van dat dansen herken ik zeker, ook mooi hoe hij (Steiner) dat tegenover turnen plaatst; doet mijn gedachten tevens gaan richting compenseren Zie onder andere bladzijde 26 van GA 350. Vergelijk dit ook met het dans vertier aangeven in dit commentaar.

      1. In aansluiting op bovenstaande reactie nog even het volgende. Op vrije scholen wordt aan de hand van aanwijzingen van Rudolf Steiner (leerplan) naast euritmie kinderen ook gymnastiek, turnen en dans aangeboden. Zie bladzijde 192 uit Algemene menskundeGA 293).

        Daar kan een therapeutische en profylactische werking van uit gaan voor de mens in wording is daarbij de idee. Juist ook gerelateerd aan de menselijke constitutie, van mens tot mens uiteenlopend, waarbij niet in de laatste plaats gedacht kan worden aan erfelijkheid, temperament, persoonlijkheid en individualiteit; zie citaat van vandaag op Aquarius (6-8-2012).

      2. Had ik niet gedacht, John, dat je wel van dansen houdt of hield. Ik heb zelf toen ik een jaar of 15,16 was dansles gehad, maar ik heb er niet één stap van onthouden, het is eigenlijk spoorloos aan mij voorbij gegaan. Ik denk dat antroposofen over het algemeen niet de dancing types zijn, maar misschien zit ik er met die gedachte ook wel helemaal naast.

    2. Ik dans zeer graag Ridzerd. Doe het tegenwoordig wel veel minder dan vroeger. Stijldansen was echter niet zo aan me besteed. Zat ik een blauwe maandag op. Vooral voor de meisjes, jongedames natuurlijk. En wat dacht je van mijn spreekwoordelijke koptelefoon, tegenwoordig een roodkleurige Sony. Muziek is een zeer belangrijk deel van mijn leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s