Met het opnemen in de vorm van gedachtengangen staat men reeds in de geestelijke wereld

Men stelt zich het binnentreden in de geestelijke wereld veel te veel voor in de trant van een zintuiglijke ervaring, en daarom vindt men, dat wat men bij het lezen over die wereld beleeft, veel te veel op gedachtengangen lijkt. Maar met het ware opnemen in de vorm van gedachtengangen staat men reeds in de geestelijke wereld en heeft men zich nog slechts duidelijk te maken, dat men reeds ongemerkt beleefd heeft, wat men enkel als gedachtenmededeling meende ontvangen te hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS – bladzijde 49-50

Deze vertaling is van F. Wilmar uit de vierde druk van de Nederlandstalige uitgave – bladzijde 33

11 gedachtes over “Met het opnemen in de vorm van gedachtengangen staat men reeds in de geestelijke wereld

  1. Ik vind het ook prachtig! Overigens had ik geen moeite met begrijpen. Maar ik heb me dan ook eerder het hoofd gebroken over dezelfde soort uitspraken van Steiner en dat werpt nu zijn vruchten af. Over het verschil en de overeenkomst tussen denken en beleven (ervaren).

  2. Bedankt, het doet mij genoegen dat jullie het een mooi citaat vinden. Met mij is het eigenaardige, dat ik zelf dacht dat ik het wel begreep, maar nu ik er over na ga denken, lijkt het wel of ik het toch eigenlijk niet zo goed begrijp; ja, het blijft tobben. 😉

  3. @Michel
    Ik wil je toch even voorleggen hoe ik het begrijp en of jij dit ook zo doet of misschien nog anders.
    Ik betrek het maar even op mezelf als vermeend beginnend lezer van een antroposofische tekst over de geestelijke wereld.
    Steiner wil mij dan het volgende zeggen:
    – Als ik iets zou lezen over de geestelijke wereld (zoals bijvoorbeeld in de ‘Wetenschap van de geheimen van de ziel’), dan beleef ik dit normaal gesproken als gedachtegangen, terwijl ik ondertussen ongemerkt (dus zonder dat ik me dat voldoende bewust ben) al in de geestelijke wereld vertoef als ik deze gedachtegangen echt in me opneem. Dit zou ik me bewust moeten worden. Daarop wil Steiner me attenderen.
    – Ik zou me vergissen als ik daarentegen zou menen dat het binnentreden van de geestelijke wereld juist lijkt op een gewone zintuiglijke ervaring. Want daardoor zou ik veronderstellen dat wat ik tijdens het lezen over de geestelijke wereld beleef teveel op een gewone gedachtegang lijkt.

  4. Krek zo, Frans!

    Met misschien alleen een aantekening bij de laatste vier woorden: ‘een gewone gedachtegang lijkt’. Ik zou eerder zeggen: ‘wat alleen een abstracte gedachte lijkt’. Dan is het alleen een gedachte en verder niets, zoals wij gewoonlijk denken. ‘Antroposofische gedachten’ hebben echter een bijzonder kenmerk: die dekken de geestelijke werkelijkheid. Zodat je niet alleen denkt (alleen abstract denkt, zoals ik net schreef), maar tegelijk de geestelijke werkelijkheid van die gedachte aanraakt. Dat is hier in de fysieke wereld niet zo. Denk ik over de steen daar, dan ben ik hier met mijn gedachte en is de steen daar. We liggen uit elkaar.

    Maar in de geestelijke wereld zijn andere wetmatigheden. Daar is alles bij wijze van spreken door elkaar en tegelijkertijd aanwezig – hoewel dat eigenlijk onzin is, want er is geen ruimte en er is geen tijd.

    Nu denk ik bijvoorbeeld over de Saturnusfase van de aarde, wanneer alles nog warmte is en niets anders dan dat. Ik stel me voor welke wezens werkzaam zijn en wat er gebeurt, zoals in genoemd boek beschreven. Dan bén ik op dat moment even in die Saturnusfase. Want die is nooit opgehouden, die werkt nog altijd door. Daarop is immers al hetgeen er op volgt gebouwd.

    Op deze manier kan ik iets ervaren van het specifieke van de deze Saturnusperiode. Het is dan niet alleen gedacht, maar ook beleefd of ervaren. Het lijkt misschien ver weg, maar we kunnen ook iets dichter bij nemen.

    Want hetzelfde geldt ook voor andere antroposofische ‘eigenaardigheden’. Bijvoorbeeld een etherlichaam. Als je dat probeert te doordenken, dóór te denken, dan ben je al los van het fysieke lichaam en in een etherische configuratie beland. Dan denk je niet alleen een etherlichaam, maar dan beleef je ook het etherlichaam. Je eigen namelijk: dat van jezelf. Of, wat algemener, het ‘etherische’. Als je je er tenminste bewust van wordt.

    1. Een zeer goede uitleg, Michel. Maar wat ik me nu afvraag: als men zich met zijn gedachten op een bij uitstek materiële zaak richt, zoals bijv. techniek, laten we zeggen: de werking van een horloge of een dynamo, ik noem maar wat, is men dan eigenlijk ook niet in de geestelijke wereld? Ik bedoel: die gedachten zijn er toch ook onafhankelijk van de mens, die bestaan toch ook in geestelijke vorm. Of is dit een domme opmerking?

  5. Nee hoor, Ridzerd, je hebt helemaal gelijk! Alleen met dien verstande, dat zulke materiële dingen hier in onze wereld bestaan en min of meer onveranderlijk zijn. Met je gedachten verander je ze niet of worden ze niet verkeerd voorgesteld, want ze bestaan onafhankelijk van je gedachten erover. In de geestelijke wereld moet dat anders zijn, zo begrijp ik van Steiner: daar hebben je gedachten of gevoelens invloed hoe de geestelijke ‘dingen’ zich aan je voordoen. Denk je de zaken niet juist, neem je ze ook niet op de juiste manier in de juiste vorm waar. Daarom is het zo belangrijk ‘antroposofische gedachten’ hier eerst te leren denken, want die komen je waarnemingsvermogen daar ten goede. En aangezien het veelal om zaken gaat die hier (nog) niet bestaan, komt het er zeer op aan je onderscheidingsvermogen te sterken.

    Het helpt je ook om sensitief te worden voor invallen en ingevingen, bijvoorbeeld bij het doen van uitvindingen. Daarvoor moet je hier in de fysieke wereld ook eerst veel ‘techniek’ opdoen, om te kunnen bevatten wat iets nieuws te bieden heeft wat er hier eerst nog niet was. Zonder zo’n achtergrond, bijvoorbeeld een technische, heb je het mogelijk helemaal niet in de gaten en loop je er straal aan voorbij.

  6. @Michel
    Ik kan je ‘gedachtegang’ goed volgen en toch wil ik die iets proberen ‘aan te scherpen’ door deze zo mogelijk nog iets dichterbij te brengen.
    Je schrijft: ‘Zulke materiële dingen (de werking van een horloge of een dynamo) bestaan ‘hier in de wereld’ en zijn min of meer onveranderlijk……’In de geestelijke wereld’ moet dat anders zijn, zo begrijp ik van Steiner’….en…Denk je de zaken niet juist, neem je ze ook niet op de juiste manier in de juiste vorm waar. Daarom is het zo belangrijk ‘antroposofische gedachten’ hier eerst te leren denken, want die komen je waarnemingsvermogen daar ten goede’.
    Inhoudelijk helemaal eens! Echter, door ‘hier’ en ‘daar’ te gebruiken lijkt het (ook al bedoel je dat niet) alsof je een afstand tussen deze twee aan het scheppen bent, terwijl ik denk dat dit ‘hier en daar’ als het ware direct om en in onszelf zit en in elkaar is verweven. Ik zeg er even bij dat ik er dus inhoudelijk niet anders naar kijk dan jij doet, maar dat bepaald woordgebruik er desondanks voor kan zorgen dat het erop lijkt dat er toch verschillen zouden zijn.
    Laat ik een voorbeeld noemen.
    De antroposofische idee van de drieledigheid is een veelomvattend en uitermate gedifferentieerd en gevarieerd idee. Sommige ‘elementen’ ervan kunnen ogenschijnlijk ver van ons afliggen (bijvoorbeeld de driegelede maatschappijstructuur) en ook vanwege de begrippen moeilijk toegankelijk lijken. Dan kan men zelfs het gevoel krijgen dat jouw ‘hier’ en ook jouw ‘daar’ beiden ver van ons af staan. Andere elementen ervan zoals de driegelede fysieke mens daarentegen kunnen dichterbij ons lijken te liggen. Wij kunnen ons als het ware bij ons zenuwzintuigstelsel, bloedsomloopademhalingsstelsel en ons stofwisselingsledematenstelsel van alles concreet voorstellen. Ze zitten aan ons lijf. Dichterbij lijkt het haast niet te kunnen. Door nu deze driegeleding als gedachte ‘in de geestelijke wereld’ dan wel ‘daar’ te plaatsen, dan kan het er weer op gaan lijken alsof het ‘hier en daar’ weer verder van elkaar af komen te liggen.
    De idee van en ook ‘achter’ deze driegeledingen/drieledigheden kunnen we door middel van ons denken en waarnemen (in onze eigen geestelijke binnenwereld) gaan ‘beleven’ door deze gedurende langere tijd te ‘doorleven’. Daarmee kan het ‘hier’ en ‘daar’ zelfs zo dicht bij elkaar gaan komen dat bijvoorbeeld bij het lezen van een tekst over de economie of een programma van een politieke partij direct kan gaan opvallen dat men de idee van de driegeleding niet kent en vanuit andere ‘denkkaders’ zoals bepaalde ideologieën denkt. Daarmee wordt het mogelijk verkeerde keuzes uit de weg te gaan. Of ook dat een bepaalde medisch specialist op een ‘gangbare’ manier naar een ziekte of naar het fysieke lichaam kijkt en een andere op een ‘verruimde’ wijze en je derhalve ook een bewustere keuze kunt maken.
    Ik denk dat je het helemaal goed beschrijft als je zegt: ‘Daarom is het zo belangrijk ‘antroposofische gedachten’ (hier) eerst te leren denken, want die komen je waarnemingsvermogen (daar) ten goede. En aangezien het veelal om zaken gaat die (hier) (nog) niet bestaan, komt het er zeer op aan je onderscheidingsvermogen te sterken’.
    En dat ‘hier’ en ‘daar’ komen steeds dichter bij elkaar naar mate het verder doordenken en doorleven van de driegeledingsidee en andere ‘antroposofische gedachten’ voortschrijdt.

  7. Mooie aanvulling Frans! Helemaal mee eens. Het is ook zo ontzettend lastig om het geestelijke als iets buiten ruimte en tijd te denken… terwijl het wel hier en nu aanwezig is en zijn invloed uitoefent. Probeer dat maar eens bij elkaar te denken. Maar we doen ons best.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s