In het algemeen blijkt dat met het optreden van een gebrek een aanleg ontstaat tot een spirituele beleving van de wereld

Het lijkt mij belangrijk dat degene die met gehandicapten te maken heeft, om te beginnen bewust de juiste innerlijke houding weet te vinden. Ik heb altijd gemerkt dat ik dadelijk het vertrouwen had van een op enigerlei wijze gehandicapt of invalide mens, als ik mijn oogmerk richtte op het feit dat alleen het fysieke lichaam een gebrek vertoont, maar dat de geestelijke vorm die aan het fysieke lichaam ten grondslag ligt volledig intact is. Voor mij is deze geestelijke vorm een realiteit, geesteswetenschappelijk zo aantoonbaar als voor een chemicus het element waterstof in water. De gehandicapte mens heeft er een fijn gevoel voor, of men tegenover hem zijn fysieke gebreken of zijn lichamelijke-fysieke totaliteit in het bewustzijn heeft. Zijn gevoel reageert subtiel op het gedachtenbeeld dat degene die tegenover hem staat van hem heeft.

In het algemeen blijkt dat met het optreden van een gebrek een aanleg ontstaat tot een spirituele beleving van de wereld. Zeker: dat kan onopgemerkt blijven voor de omgeving van de gehandicapte; het kan door zijn – aan de invaliditeit voorafgaande – opvoeding of levensomstandigheden overstemd worden; maar het is er. Meer dan welke andere menselijke vermogens ook leggen gebreken en invaliditeit de grondslag voor een spirituele wijze van ervaren.

Wat de gehandicapte zo vaak mist, een openheid van zijn omgeving, vindt zijn oorzaak in de onvolkomenheid van het menselijk hart, dat zich wel kan ‘invoelen’ in menselijke ervaringen die het zelf kent of herkent, maar niet in ervaringen die heel anders zijn. Men kan in geestelijk opzicht nauwelijks iets voor een mens betekenen, wanneer men zich niet in zijn innerlijke toestand kan verplaatsen. Toch helpt bij dit zich verplaatsen geen reflectie, maar alleen het zich als vanzelfsprekend kunnen vinden in de andere mens.

Bron: Brief van Rudolf Steiner aan Willy Schlüter – GA 39 – brief 630 (bladzijde 461- 465)

Nederlandse vertaling: Rudolf Steiner – Brieven (bladzijde 309-313)

PS. Ik wilde hier een link zetten naar deze brief in zijn geheel, maar dat wil niet lukken, omdat ik die brief niet op internet heb, maar in mijn eigen documenten. Wie de brief echter in zijn geheel wil lezen, kan hem vinden in de zesde reactie onder dit blog.

Advertenties

13 gedachtes over “In het algemeen blijkt dat met het optreden van een gebrek een aanleg ontstaat tot een spirituele beleving van de wereld

  1. De wereld van de gehandicapten. Op welke manieren kan een mens gehandicapt zijn of raken? Zitten ook hele verhalen aan vast. Juist ook binnen de huidige maatschappelijke constellatie. Neem bijvoorbeeld WSW’ers en de voorlopig controversieel verklaarde Wet Werken naar Vermogen.

    Ik geloof zeker dat waar is wat Steiner hier stelt.over gehandicapt zijn en spiritualiteit.

  2. Als 3 en een half-jarig kind kreeg ik in mei 1956 polio met nogal wat gevolgen voor mijn leven. De eerste alinea is zó waar! Zo klein als ik was wist ik al dat je zo, dus louter fysiek reageren op deze aandoening en op mij, niet klopte. Dat heeft een heel eenzaam gevoel opgeleverd, dat ik nooit meer ben kwijt geraakt. Het positive daarvan is, dat ik al jong heb geleerd verder te kijken dan alleen naar het fysieke, in feite daardoor al vroeg ‘open’ werd voor geestelijke elementen.
    Ook werd ik mij door deze ervaring bewust van het feit, dat we uit meerdere ‘lagen’ bestaan, die ik later heb herkend in de werken van Steiner. Dat was 21 jaar na de polio. Eindelijk herkenning!

    Voor mijn omgeving is dit inderdaad onopgemerkt gebleven. Ofschoon ik denk dat mijn overgrootmoeder, die toen nog leefde, het wel aanvoelde. Van haar heb ik vanuit de geestelijke wereld nog 40 jaar ‘hulp’ ervaren.
    De tweede alinea komt mij dan ook zeer bekend voor.

    “Het zich als vanzelfsprekend kunnen vinden in de andere mens”, zie in de derde alinea, ontmoet ik nog steeds niet veel. Daardoor blijft het eenzame gevoel ook. Toch ervaar ik dit niet als alleen maar lastig. Deze eenzaamheid heeft gemaakt dat ik mij vrij kon ontwikkelen in dit leven. Omgekeerd kan ik dit al snel, een mens in zijn totaliteit zien.

    Terugkijkend kan ik zeggen dat ik een enorme sprong heb kunnen maken, zowel door de handicap, als door wat ik hierboven beschrijf.

    Toch kan ik me ook voorstellen, dat het prettig zou zijn als er meer herkenning zou zijn, dat wel. De laatste zin klopt dan ook voor mij.

    Er is zoveel meer over te vertellen en delen, echter hier hou ik het even bij. Dank voor de fijne post van vandaag!

      1. Fraaie brief Ridzerd, dankjewel!
        En John, dank voor het meelezen en plezierige ‘commentaar’. Bovendien nog voor de ‘post’ op dit Blog.

        “Meer dan welke andere menselijke vermogens ook leggen gebreken en invaliditeit de grondslag voor een spirituele wijze van ervaren” ….

        Onder andere deze zin valt mij op. In de toenmalige Zeijlmanskliniek en ook later in de Ita Wegman Klinik in Arlesheim, heeft men mij uitgelegd dat bij polio bijvoorbeeld, de openheid ook te verklaren is via het fysieke. Bij iemand zonder deze aandoening is het centrale zenuwstelsel een mooi spinnenweb. Bij mensen die polio hebben doorgemaakt ziet het centrale zenuwstelsel er uit als ‘spinrag’…Daardoor ervaart men over het algemeen een hele hoge sensitiviteit, die wanneer je dit goed ontwikkeld kan leiden tot geestelijke waarneming. Dat ervaar ik enerzijds als een groot geschenk, anderzijds is het werkelijk lastig om zo hooggevoelig te zijn. Gelukkig heeft de antroposofische geneeskunst ook daar medicijnen en therapieën voor .

        Wat Steiner hier over muziek zegt vind ik natuurlijk uiterst interessant. Ik kende deze brief niet en ben blij dat ik hem nu onder ogen gekregen heb.

        Fijne avond nog beiden en een hartelijke groet,
        Annelies

      2. @ Annelies Dat geloof ik zeker dat het lastig kan zijn. Steiner wijst er niet voor niets op dat voor zeer veel mensen het hebben van spirituele ervaringen in feite helemaal niet gunstig zou zijn, omdat het zonder een zorgvuldige voorbereiding moeilijk te verdragen is en gevaarlijk kan zijn.

      3. @ Ritzard, ja dat heb ik ook gelezen.
        Ik ken werkelijk zulke ervaringen, die ik gelukkig kan plaatsten, maar te groot zijn om er iets mee te durven doen. Van een was ik een week echt goed ziek, té groot om te bevatten. Ik zou het willen omvormen, bijvoorbeeld in een muziekstuk. Sommige zijn gelukt, andere ( nog) niet. Juist bewust van het gevaar er van. Ik leef ermee en stel innerlijke vragen. Wie weet komt er op een goede dag iets wezenlijks uit, zodat het ook echt bestaat en niet alleen in mijn reeële beleving…

  3. Het stuk Facetten gaat precies over dit thema. Op de website stat het ook beschreven. Bovendien is onder andere dit stuk en anderen op Yutube te vinden. Mijn muziek bestaat uit louter eigen belevingen en alleen door middel van waarneming ontstaan, de weg van fenomenologie en inspiratie. Leuk dat het u interesseert.
    Dit heb ik ook te danken aan het ‘gehandicapt’ zijn 🙂

    1. Ik heb een stuk van uw Facetten beluisterd op Youtube, het staat nog steeds aan terwijl ik deze reactie typ. Het is op een bepaalde manier wel mooi, maar eigenlijk toch te moeilijk voor mij. Ik speel wel een beetje keyboard, maar dat gaat niet verder dan wat populaire deuntjes. Erg knap dat u zulke muziek kunt componeren.

  4. Hieronder staat de gehele brief van Steiner aan Schlüter

    176 Aan Willy Schlüter

    Berlijn, 12 juli 1915
    W., Motzstrasse 17

    Zeer geachte Heer,

    Het lijkt me voorlopig niet waarschijnlijk dat in de mystieke literatuur van het Westen juist op het gebied van de gehandicaptenzorg iets belangrijks gevonden kan worden. Maar ik zal mij nog verder in de door u aangegeven richting oriënteren en u bericht geven als ik iets vind. – Over het algemeen heeft deze literatuur een beschouwelijk karakter, dat maar zelden de weg zoekt van het algemeen-menselijke naar dat wat uit het speciaal-menselijke (bijzondere vermogens of gebreken enz.) voortkomt. En ook hij die door een gebrek is getroffen zal meer – zonder inachtneming van zijn handicap – in het algemeen-menselijke opgaan.
    Geheel anders ziet de zaak eruit wanneer men in het oog vat wat de door mij bedoelde antroposofische ontwikkeling van de westerse geesteswetenschap nastreeft. Alleen staat zij nog in de kinderschoenen. Omdat zij aansluit bij de natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing, zal zij de geestelijke beschouwingswijze ook tot die gebieden kunnen uitbreiden, waarop het psychisch-geestelijke zijn uitdrukkingsmogelijkheden en beperkingen van de zijde van het fysieke ontvangt. De mystiek van het Avondland zoals wij die kennen, strekte zich niet tot dergelijke gebieden uit. Door heel haar houding tegenover het natuurlijke bestaan werd zij daarvan weggehouden.
    Nu zou ik hier op diverse dingen moeten ingaan die ik in mijn geschriften over het wezen van de mens heb neergelegd, als ik duidelijk zou willen maken hoe ‘antroposofie’ voor de zorg aan gehandicapten vruchtbaar gemaakt zou kunnen worden. Maar uit uw brief, zeer geachte heer, blijkt mij dat wij elkaar ook goed zullen begrijpen, als ik een paar dingen opmerk die iemand die zo dicht bij een geestelijk georiënteerde wereldbeschouwing staat als u, vast niet als uit de lucht gegrepen (niet bewezen) zal beschouwen.
    Het lijkt mij belangrijk dat degene die met gehandicapten te maken heeft, om te beginnen bewust de juiste innerlijke houding weet te vinden. Ik heb altijd gemerkt dat ik dadelijk het vertrouwen had van een op enigerlei wijze gehandicapt of invalide mens, als ik mijn oogmerk richtte op het feit dat alleen het fysieke lichaam een gebrek vertoont, maar dat de geestelijke vorm die aan het fysieke lichaam ten grondslag ligt volledig intact is. Voor mij is deze geestelijke vorm een realiteit, geesteswetenschappelijk zo aantoonbaar als voor een chemicus het element waterstof in water. De gehandicapte mens heeft er een fijn gevoel voor, of men tegenover hem zijn fysieke gebreken of zijn lichamelijke-fysieke totaliteit in het bewustzijn heeft. Zijn gevoel reageert subtiel op het gedachtenbeeld dat degene die tegenover hem staat van hem heeft. Maar nu ligt juist daarin een heel bepaald probleem. Ik heb dit heel precies kunnen waarnemen wanneer ik met blinden te maken had. In het gesprek met blinden moet elke toespeling op ervaringen die alleen toegankelijk zijn voor zienden worden vermeden. Dat is moeilijk, omdat het bij dit vermijden juist op de fijnere nuances in de woordkeuze aankomt. Men moet geheel binnen het veld blijven dat bepaald is door de waarnemingsmogelijkheid en –wereld van de blinde. Dit moet echter zo gedaan worden, dat innerlijk niet steeds de gedachte opkomt, ‘dit of dat moet ik vermijden,’ want daarmee wordt de gedachte aan de blindheid van de blinde opgeroepen, en dat moet nu juist niet gebeuren. Men moet daarom in de omgang met blinden een speciale manier van zich uitdrukken hebben, waarop men zich geheel vanzelfsprekend – als het ware gewoontegetrouw – bij de omgang met de blinde instelt. Wat dit alles betreft is er geen aanmerkelijk verschil tussen degenen die blind geboren en degenen die blind geworden zijn. De laatsten begrijpen iemand natuurlijk ook wanneer hij van visuele voorstellingen uitgaat; maar het werkt buitengewoon heilzaam op hun ziel wanneer dit achterwege wordt gelaten. Alleen mag daarbij ook niet de gedachte opkomen van een zich boven de blinde plaatsen.
    In het algemeen blijkt dat met het optreden van een gebrek een aanleg ontstaat tot een spirituele beleving van de wereld. Zeker: dat kan onopgemerkt blijven voor de omgeving van de gehandicapte; het kan door zijn – aan de invaliditeit voorafgaande – opvoeding of levensomstandigheden overstemd worden; maar het is er. Meer dan welke andere menselijke vermogens ook leggen gebreken en invaliditeit de grondslag voor een spirituele wijze van ervaren. De mens neemt zijn voorstellingen van de wereld beslist niet alleen via zijn zintuigen en hersenen op, maar door zijn hele menselijke gestalte. Als nu een zodanige invloed op de menselijke gestalte wordt uitgeoefend als door het optreden van een gebrek gebeurt, dan verandert ook het opnamevermogen van de mens. Daarbij heb ik ontdekt dat vooral alles wat niet van het beeldende, imaginatieve element doortrokken is, maar wat het gestaltloze, vormloze representeert, heilzaam op de voorstellingswereld van de gehandicapte werkt. – U merkt geheel terecht op dat muziek voor de gehandicapte belangrijk is. Maar ook met betrekking tot alle voorstellingen waarmee de gehandicapte mens wordt benaderd, is vooral datgene heilzaam voor hem wat in de voorstellingswereld muzikaal is: d.w.z. wat gestaltloos is, wat door ritme – met name gedachtenritme, gedachtenparallelisme, gedachtensymmetrie – werkzaam is. Ik denk dit des te meer met enig recht te mogen zeggen, omdat ik de psychologisch-fysiologische feiten die hieraan ten grondslag liggen ook van de andere kant heb kunnen bestuderen. Ik heb vele jaren geleden ook onderwijs aan een doofstomme jongen gegeven en daarbij gemerkt wat het ontbreken van het muzikaal-werkzame in het voorstellingsleven voor invloed heeft op de psyche. En men komt tot inzicht in de werkzaamheid van een psychisch element dikwijls door na te gaan welke gevolgen het heeft wanneer een dergelijk psychisch etc. element niet aanwezig is.
    Begrijpt u mij alstublieft niet verkeerd als ik zeg: tegenover een mens met een handicap vindt men de beste houding als men op een geheel vanzelfsprekende manier een met respect verbonden liefde kan opbrengen. In deze formulering is de uitspraak alleen van toepassing op mensen die puur lichamelijke gebreken hebben. Want wat de gehandicapte zo vaak mist, een openheid van zijn omgeving, vindt zijn oorzaak in de onvolkomenheid van het menselijk hart, dat zich wel kan ‘invoelen’ in menselijke ervaringen die het zelf kent of herkent, maar niet in ervaringen die heel anders zijn. Men kan in geestelijk opzicht nauwelijks iets voor een mens betekenen, wanneer men zich niet in zijn innerlijke toestand kan verplaatsen. Toch helpt bij dit zich verplaatsen geen reflectie, maar alleen het zich als vanzelfsprekend kunnen vinden in de andere mens. Juist dit, geloof ik, onderscheidt de ‘antroposofische wereldbeschouwing’ zoals ik die zie van andere, dat zij wel een gedachtengebouw is, maar dan een dat door zijn aard direct de gedachte overwint wanneer het erom gaat het leven tegemoet te treden. De levende gedachte is niet als de dode; de eerste individualiseert zich in de beleving, in de ervaring, terwijl de dode gedachte zich vijandig tegenover de beleving opstelt.
    Ik denk niet, zeer geachte heer, dat u, als u het karakter van de antroposofische richting beter zou kennen, haar de wil tot charitatief handelen zou ontzeggen. Is zij in dat veld niet te vinden, dan is dat niet omdat zij niet wil, maar omdat men haar niet wil. Als het onbeschrijflijke leed van onze huidige tijd er in deze richting ook toe leidt dat men overal de beste wegen zoekt om te helpen, dan zal ook dat een hulp zijn.
    Zoals gezegd, ik zal proberen of ik in de door u aangeduide richting iets vind. Voor nu
    met hoogachtende groet
    uw
    dr. Rudolf Steiner

  5. N.a.v. het stuk “Facetten” nog het volgende gekopieërd van mijn website,

    “Het gaat om facetten van mijn leven. Tien aspecten waarmee ik te maken heb gehad en die ik, meer of minder vaak, bij anderen om mij heen zie.

    Ik heb deze tien facetten niet apart genummerd. Het is één stuk en u zult ze in de muziek herkennen. Wel wil ik ze hier noemen: vanuit harmonie gaat het naar verstoring, verlamming, fixatie, angst en pijn, karakter, doorzettingsvermogen, moed, vergeving en tenslotte bevrijding. Vooral het gevoel bij deze tien aspecten is getoonzet”.

  6. De brief van Rudolf Steiner aan Willy Schlüter.
    GA 39, brief 630 – betreft: 309 – 176
    Zie ook deze link:
    http://books.google.nl/books?id=FH23OHGJ0jMC&pg=PA496&lpg=PA496&dq=steiner+en+doofstom&source=bl&ots=fLVIRNcdBF&sig=iRpVMr6747dPgyZ-jSqwkG9z5uc&hl=nl&sa=X&ei=fQ3HT53yEIO20QW0753FDw&ved=0CGIQ6AEwBA#v=onepage&q=steiner%20en%20doofstom&f=false
    “Onderwijs aan een doofstomme (auditief beperkte) jongen gegeven”
    Rudolf Steiner verwijst naar zijn broer Gustav.

    1. Bedankt voor deze link. Ik dacht dat google books altijd van de boeken van Steiner maar een gedeelte op internet zette en dat is ook inderdaad bij dit boek Brieven zo. Maar nu ontdekte ik tot mijn stomme verbazing dat het boek op mijn tablet wel helemaal staat, maar op mijn desktop computer niet. Had ik dat geweten, had ik dat dure boek niet hoeven kopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s