Tweespalt

Als de mens de geesteswetenschap nader komt, raakt hij gemakkelijk in een tweespalt. Deze tweespalt moet u duidelijk zien (Duits: sich klar vor Die Seele stellen). Van tweeërlei soort zijn veel mensen, die tot de antroposofie komen. De ene soort zegt: Ik wil helpen, ik wil een waardevol lid van de gemeenschap zijn – en ze verstaan daaronder: de antroposofische beweging zal hen de middelen geven om daar meteen morgen mee te beginnen. De anderen maken zich misschien alleen de illusie te willen helpen. In werkelijkheid willen ze alleen hun nieuwsgierigheid bevredigen, iets sensationeels meemaken. Beide groepen zullen niet de juiste leden in de antroposofische vereniging worden. Want degenen, die meteen morgen willen helpen, bedenken niet dat men eerst leren en iets kunnen moet om te helpen. Hen moet gezegd worden: U moet geduld hebben om in u zelf de krachten en mogelijkheden te ontwikkelen, om rijp te worden als helper van uw medemensen. […] De anderen echter die alleen hun nieuwsgierigheid willen bevredigen, moeten zich realiseren dat geen enkele van de middelen en vaardigheden die hen gegeven worden, vanuit een ander gezichtspunt genomen moeten worden dan met de bedoeling een dienstbaar lid van de gehele mensheidsontwikkeling te worden. […] En men mag niet slechts naar het ene kijken, maar moet beide in acht nemen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn 8 oktober 1906 (bladzijde 89-90)

4 gedachtes over “Tweespalt

  1. En dan dat andere deel van die tweespalt: de (loutere) nieuwsgierigheid (en een uiterste daarvan: sensatiezucht): ja, dat kom je ook vaak tegen bij een aantal leden en geïnteresseerden; werkt een zekere oppervlakkigheid en wereldvreemdheid in de hand en een tegendeel van dat wat werkelijk nodig is: nader en dieper (zakelijk) inzicht in allerlei zaken; bepaald niet in de laatste plaats zaken en kwesties die iedereen aangaan; ieder mens.

  2. Van sensatiezucht geeft Steiner nog een sterk staaltje; je kent het waarschijnlijk wel.
    Ich saß selbst einmal
    an einem Kaffeehaustisch in Budapest, da waren versammelt der wiederverkörperte
    Joseph II., Friedrich der Große, die Marquise von
    Pompadour, Seneca, der Herzog von Reichstadt, Marie Antoinette,
    und dann kam noch Wenzel Kaunitz während des Abend dazu. Die
    waren an diesem Kaffeehaustisch, das heißt, die Leute hielten sich
    dafür, waren der Meinung, daß sie das seien. Also ich meine, es kommt
    ja immer so irgend etwas heraus, wenn die Leute grübeln, oder anfangen,
    mit irgendeinem hellseherischen Unfug die Sache zu machen
    oder dergleichen. Wie gesagt, es kommen leicht Blender, weil es sich
    da manchmal wirklich darum handelt, von dem prägnantesten Punkt
    im Leben irgendeines Menschen, das heißt in einem Erdenleben,
    auszugehen, um angemessen zurückgeführt zu werden.
    GA 235 – bladzijde 146

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s