Het is van geen nut om deugd, onzelfzuchtigheid, vrijheid te preken

Degenen die het meeste bogen op hun onbaatzuchtigheid, zijn de minst onzelfzuchtigen, zoals degenen die bij elke derde zin het woord ‘waar’ in de mond nemen gewoonlijk de meest onwaarachtigen zijn. […] Ten eerste gaat het erom dieper en dieper in de werkelijke waarheden en inzichten van de geesteswetenschap door te dringen, en niet zulke idealen zich voor te nemen als: Jij zult je Ik overwinnen. – Met een dergelijke frase is het helemaal niets gedaan. Er is niets mee gedaan, als hier bijvoorbeeld een kachel staat en ik zeg tegen hem: Jij moet een brave kachel zijn, jij moet de kamer warm maken. – U kunt hem aaien en liefdevol behandelen, maar daarmee is het niets gedaan. Die kachel blijft koud. Pas als u de kachel hout geeft, zal hij warm worden. Evenzo baat het ook helemaal niets om in de wereld deugd, onzelfzuchtigheid, vrijheid te preken. Het juiste is: de mensen brandstof te geven: en de brandstof zijn de spirituele waarheden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Berlijn 12 december 1907 (bladzijde 148)

Het ene is niet zonder het andere mogelijk

De hogere werelden zijn rondom ons. Deze werelden zijn echter niet alleen paradijselijke werelden, niet enkel werelden van gelukzaligheid, hoewel paradijs en geluk in hen is; maar zij zijn ook werelden die verschrikkelijk kunnen zijn voor de mensen, gevaarlijk door feiten en wezens. Als de mens kennis wil verkrijgen van de grootheid en het gelukbrengende van deze werelden, dan kan hij dat niet anders als doordat hij ook kennis maakt met het gevaarlijke, met het vreeswekkende dat zij bevatten. Het ene is niet zonder het andere mogelijk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Berlijn 12 december 1907 (bladzijde 143-144)

Alcohol/Lavendel/Eau De Cologne

In een boekje van Herbert Hahn, “Begegnungen mit Rudolf Steiner”, lezen we iets interessants over de werking van alcohol.

[ … ] ” Zeer ernstig vatte Rudolf Steiner de negatieve werkingen op die alcohol op de huidige mens uitoefent. In het verleden had alcohol een opdracht, een missie : hij moest de mens losmaken uit de bloedsbanden en op zijn manier het (natuurlijke) helderzien uitdoven. Vandaag kan er van geen enkele positieve invloed van de alcohol meer sprake zijn. De fijnere innerlijke organisatie van de mens wordt erdoor tot verstarring gebracht, en er wordt een soort “tegen-ik” ingebouwd. Wie oefeningen doet in de zin van de geesteswetenschap breekt door ieder alcoholgebruik iets af van wat hij reeds bereikte. Hij benadrukte dat hij dit niet zei om op te roepen tot een dogmatische onthouding, of in de zin van een fanatiek anti-alcoholisme. Hij deelde dit enkel mee opdat de enkeling bewust met deze kennis zou kunnen leven en weten wat hij doet. Hijzelf ging alcohol zodanig uit de weg dat hij zelfs uitwendig gebruik vermeed. Zo spoorde hij ook aan om voor het bewaren van medicamenten in de toekomst andere middelen te zoeken als de verbinding met alcohol. Eveneens ried hij aan om voorzichtig te zijn met alle reukessencen, parfums. Van dewelke die in onze streken gebruikelijk zijn kon hij alleen lavendel en Eau-de-Cologne aanraden. ” [ … ]

Bron: Tijdschrift De Brug