Rudolf Steiner – Egoïsme/Armoede/ Ellende (5) – Sociale vooruitgang is alleen mogelijk, als ik mijn arbeid in dienst van het geheel verricht

Als men dit tot in de laatste consequenties doordenkt, dan komt het iemand niet meer zo zonderling voor als de oeroude zin van de geesteswetenschap wordt uitgesproken, die vandaag de dag zo onbegrijpelijk als mogelijk klinkt: In een sociale samenleving moet het motief voor de arbeid nooit in de eigen persoon van de mens liggen, maar enkel en alleen in de toewijding aan het geheel. – Dat wordt ook vaker gezegd, maar nooit zo begrepen dat men helder inziet dat ellende en armoede voortkomen uit het feit dat de mens voor zijn werk een loon voor zichzelf wil hebben. Waar is echter dat werkelijke sociale vooruitgang alleen mogelijk is, als ik mijn arbeid in dienst van het geheel verricht en dat de gemeenschap mij geeft wat ik nodig heb, met andere woorden: dat mijn arbeid niet voor mijzelf dient.

Wordt vervolgd

Bron: GA 054 – Hamburg 2 maart 1908 (bladzijde 98-99)

 

15 gedachtes over “Rudolf Steiner – Egoïsme/Armoede/ Ellende (5) – Sociale vooruitgang is alleen mogelijk, als ik mijn arbeid in dienst van het geheel verricht

  1. Frans Wuijts

    Passage uit mijn boek ‘Humaan ontslaan?!, een ontwikkelingsgerichte kijk op ontslag’:
    ‘Als iedereen zich richt op het eigen welzijn of gewin, dan overleven slechts de sterksten’; als iedereen zich daarentegen richt op het welzijn van het geheel komt iedereen aan zijn trekken’.

    Dit principe kan op een indrukwekkende manier worden geoefend in de ‘Samenwerkingsoefening Pentagon. ’ Het is een oefening waarin niet met elkaar mag worden gesproken en waarin slechts ‘gegeven’ mag worden, niet ‘genomen’ teneinde zo snel mogelijk een gezamenlijk eindresultaat te bereiken.
    Doel van de oefening
    • Aan het einde van de oefening heeft elke deelnemer een gehele vijfhoek voor zich op tafel liggen.
    Instructie
    • Elk van de vier of vijf deelnemers krijgt een enveloppe met willekeurige onderdelen van een vijfhoek.
    • De opdracht aan de groep is van deze onderdelen vijfhoeken te maken. Aan de opdracht is pas voldaan als iedere deelnemer een vijfhoek voor zich heeft dat even groot is als de vijfhoeken van de anderen.
    Tijdens het spel gelden de volgende spelregels
    • de deelnemers mogen niet spreken;
    • deelnemers mogen ook op geen enkele andere (non-verbale) manier via seintjes of hoe dan ook aan elkaar te kennen geven, dat ze een stukje willen hebben van een ander;
    • de deelnemers mogen geen stukjes van anderen pakken;
    • men mag alleen stukjes aan anderen geven;
    • men mag geen stukje in de ‘puzzel’ van een ander aanleggen.
    Tijd: circa 20 à 30 minuten

    De ervaring met deze oefening laat zien dat je je als deelnemer vanaf het startsein in eerste instantie richt op de eigen stukken voor je op tafel. Daarmee probeer je uit te zoeken of er een vijfhoek van te maken is. Snel is duidelijk dat dat niet lukt. Je kijkt dan naar de stukken van de anderen om te kunnen ontdekken waar het voor jou ontbrekende stuk ligt. Er mag echter niet naar worden gevraagd of anderszins over worden gecommuniceerd. Aldus kan vaak de neiging ontstaan een voor jezelf schijnbaar onbruikbaar stuk weg te geven aan die ander in de hoop het bruikbare stuk ervoor in de plaats terug te krijgen. Meestal gebeurt dat niet aangezien die andere deelnemer met hetzelfde vraagstuk worstelt en ook op het eigen belang is geconcentreerd.
    Pas geleidelijk aan ontstaat het inzicht, dat slechts door een eigen stuk weg te geven (dat een ander nodig heeft) de hele groep het snelste resultaat boekt.
    Met andere woorden: indien alle deelnemers het geheel overzien en eigen stukken aan anderen geven, voor zover zij die nodig hebben, dient men het belang van het geheel het best. Een voor velen schokkende ervaring.
    De oefening duurt doorgaans inderdaad 20 à 30 minuten. Wordt deze herhaald dan is men in enkele minuten klaar.

    In de door Rudolf Steiner geformuleerde ‘sociale hoofdwet’ komt het beginsel van deze oefening op een bijzondere wijze tot uitdrukking.

    Sociale hoofdwet
    “Das Heil einer Gesamtheit von zusammenarbeitenden Menschen ist umso grösser, je weniger der Einzelne die Erträgnisse seiner Leistungen für sich beansprucht, das heisst, je mehr er von diesen Erträgnissen an seine Mitarbeiter abgibt, und je mehr seine Bedürfnisse nicht aus seinen Leistungen, son-dern aus den Leistungen der anderen befriedigt werden.” Rudolf Steiner: “Geisteswissenschaft und soziale Frage”. Zeitschrift “Lucifer-Gnosis” 1905.
    ‘Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter, naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op de opbrengsten van zijn prestaties, dat wil zeggen, naarmate hij meer van deze opbrengsten aan zijn medewerkers afstaat en naarmate meer van zijn eigen behoeften niet door zijn eigen prestaties, maar door de prestaties van de anderen worden bevredigd’. Rudolf Steiner ‘Anthroposofie en het sociale vraagstuk’ – Drie artikelen uit 1905, Zeist: Vrij Geestesleven 1982.

    Deze hoofdwet is volgens Steiner voor het sociale leven even absoluut en onontkoombaar als een natuurwet voor een gebied van de natuur. Hij waarschuwt er echter voor dat de hoofdwet niet als een moreel voorschrift moet worden opgevat en geeft aan dat “deze wet alleen van kracht [is] wanneer het een gemeenschap van mensen gelukt om zodanige inrichtingen in het leven te roepen, dat niemand de vruchten van zijn werkzaamheden voor zichzelf kan opeisen, maar dat deze, zo mogelijk in hun geheel, aan de gemeenschap ten goede komen.” [Steiner, 1982, p.37].

    Met andere woorden: arbeidsdeling verhoogt het collectieve welzijn. Weliswaar is een gemeenschap van mensen erop aangewezen dat men voor elkaar zorgt, altruïstisch handelt, maar tegelijkertijd hebben de mensen de neiging zoveel mogelijk voor zichzelf in de wacht te slepen, egoïstisch te handelen. Deze egoïstische neiging doorkruist de werking van de sociale hoofdwet en moet onschadelijk worden gemaakt, wil de sociale hoofdwet volledig tot gelding komen.
    Een beroep op de integriteit van de mensen is daartoe niet genoeg: de economie moet zó worden ingericht dat het onmogelijk wordt iets van de eigen inspanningen voor zichzelf op te eisen. Waar het dan op aankomt, is “dat werken voor je medemensen en een bepaald inkomen verkrijgen twee geheel van elkaar gescheiden zaken zijn” [Steiner, 1982,p.37]. Een dergelijke inrichting voorkomt dat mensen de sociale arbeid (waarmee bedoeld is: arbeid die alleen door samenwerking met anderen mogelijk is) voor eigen gewin benutten, ten koste van de gemeenschap. De enige motivatie om voor de gemeenschap te werken is dan de wil om dat te doen.

    1. Josta

      Hallo Frans Wuijts,
      Ik wil die Samenwerkingsoefening Pentagon graag gaan ´doen´.
      Is het ergens te koop of kan ik zelf een aantal vijfhoeken willekeurig opdelen.
      En het ´spel´volgen zoals je beschreven hebt?
      Kun je nog iets aanvullen.
      Alvast bedankt en liefss
      Josta

  2. Toevallig heb ik morgen een kort commentaar van mezelf op de 5 blogs die ik tot nu toe geplaatst heb over dit onderwerp.

    Je schrijft: De enige motivatie om voor de gemeenschap te werken is dan de wil om dat te doen. De grote vraag is dan wel: hoe krijg je de mensen zo ver dat ze dat inderdaad willen en ook doen. Ik denk dat je niet kunt verwachten, dat de mensen uit zichzelf bereid zijn van een loon af te zien voor hun werk. Het belangrijkste zit hem dan ook in wat je schrijft: Een beroep op de integriteit van de mensen is daartoe niet genoeg: de economie moet zó worden ingericht dat het onmogelijk wordt iets van de eigen inspanningen voor zichzelf op te eisen.

  3. Frans Wuijts

    Het bijzondere van de beschreven oefening is dat men bij de tweede keer binnen een paar minuten klaar is, dat wil zeggen dat slechts via geven aan anderen iedereen het zijne heeft gekregen.
    De oefening kan qua structuur kan worden beschouwd als een ‘inrichting’ in ‘een sociale laboratoriumvorm’ zoals Steiner bedoelt. daarin kan de wil via het doen (geven) tot uitdrukking komen, aangezien men er zich van bewust is, dat dat de snelste en meest adequate oplossing biedt.

  4. pieter ha witvliet

    “Een beroep op de integriteit van de mensen is daartoe niet genoeg: de economie moet zó worden ingericht dat het onmogelijk wordt iets van de eigen inspanningen voor zichzelf op te eisen”
    De vraag blijft natuurlijk, wie de economie dan zó gaat inrichten.
    En als we op diegene(n) gaan zitten wachten, wat gebeurt er dan in de tussentijd. M.a.w. wat doe ik. Want ik denk dat iedere verandering toch begint met initiatief.
    Een grote initiatiefnemer ben ik nooit geweest en zal dat ook niet meer worden. Ik ben wel blij dat sommige anderen dat wel waren, waardoor we b.v. nu een ASNbank en een Triodosbank hebben.
    En ik verafschuw ook het egoïsme dat-ik blijf voorzichtig-volgens mij ten grondslag ligt aan de bonuscultuur. Veel mensen verafschuwen deze bonuscultuur ook, maar als je ze waarneemt bij de pinautomaat hebben de meesten toch een rekening bij de “bonus”bank.
    Mijn initiatiefje was dus: overstappen naar Triodos en ASN (in de hoop dat het daar wèl goed blijft gaan).
    Ik vond “Occupy” een geweldig initiatief, maar ik ben er niet zelf bij geweest. Ik had met flyers en spandoeken erop kunnen wijzen dat de vrijemarktwerking in wezen egoïstisch is en haaks staat op de gedachte van broederlijkheid in het economisch leven. Maar ik ben thuis gebleven; achter m’n pc, lekker warm, om te bloggen hoe egoïstisch de wereld is en dat we de economie zo en zo zouden moeten inrichten………

    1. Je schrijft onder meer: En ik verafschuw ook het egoïsme dat-ik blijf voorzichtig-volgens mij ten grondslag ligt aan de bonuscultuur. Veel mensen verafschuwen deze bonuscultuur ook, maar als je ze waarneemt bij de pinautomaat hebben de meesten toch een rekening bij de “bonus”bank.
      Mijn initiatiefje was dus: overstappen naar Triodos en ASN (in de hoop dat het daar wèl goed blijft gaan).

      Ik denk er ook wel eens aan over te stappen naar de Triodos bank. Ik heb daar overigens al een spaarrekening, maar nog geen betaalrekening. Maar weet jij ook of men gewoon bij elke automaat geld kan opnemen van de Triodos bank? Want bij de ING waar ik nu bij ben, daar kan men gewoon bij elke pinautomaat van andere banken geld opnemen. Kan dit bij Triodos dan niet? Op de rest van je interessante reactie kan ik helaas niet ingaan, omdat ik nog meer reacties heb en ook nog andere dingen moet doen.

  5. Josta

    Hoi,
    Dus de oefening die Frans Wuijts beschreven heeft werkt.
    Het principe werkt.
    Heeft Steiner ook geschreven hoe een proces van verandering in z´n werk gaat.
    Kan een mens de beslissing nemen om dit gewoon te doen?
    Als ik mezelf na ga dan heb ik de behoefte en de drive om voor anderen wat te betekenen, dus te geven zonder er iets voor terug te willen hebben, alleen omdat het me gelukkig maakt. Dat doe ik ook, maar mijn inkomen is er niet aan gerelateerd. Om het vertrouwen te hebben dat ik beloond zal worden zonder geld te vragen is een heel nieuw raar idee wat niet in mijn denken en dus ook niet in mijn gevoel is gewortelt.

  6. In zekere zin krijg je er dus wel iets voor terug, namelijk dat het je zelf gelukkig maakt. Overigens schrijft Steiner ergens anders in zijn werk dat ‘daden uit liefde verricht in occulte zin geen beloning opleveren.’ Dat is weer iets dat moeilijk te vatten is, want als men bedenkt dat goede daden in het algemeen ook een goed karma opleveren in een volgend leven, dan zou men toch zeggen dat men toch wel een beloning krijgt of in ieder geval dat de eigen daden voor iemand zelf ook goede gevolgen hebben.

  7. Frans Wuijts

    @Josta
    De bovenstaande/onderstaande korte beschrijving is alles wat ik er op papier van heb overgehouden:
    ‘Doel van de oefening
    • Aan het einde van de oefening heeft elke deelnemer een gehele vijfhoek voor zich op tafel liggen.
    Instructie
    • Elk van de vier of vijf deelnemers krijgt een enveloppe met willekeurige onderdelen van een vijfhoek.
    • De opdracht aan de groep is van deze onderdelen vijfhoeken te maken. Aan de opdracht is pas voldaan als iedere deelnemer een vijfhoek voor zich heeft dat even groot is als de vijfhoeken van de anderen.
    Tijdens het spel gelden de volgende spelregels
    • de deelnemers mogen niet spreken;
    • deelnemers mogen ook op geen enkele andere (non-verbale) manier via seintjes of hoe dan ook aan elkaar te kennen geven, dat ze een stukje willen hebben van een ander;
    • de deelnemers mogen geen stukjes van anderen pakken;
    • men mag alleen stukjes aan anderen geven;
    • men mag geen stukje in de ‘puzzel’ van een ander aanleggen.
    Tijd: circa 20 à 30 minuten

    De vijfhoeken heb ik indertijd laten maken in de timmerwerkplaats van het bedrijf waar ik werkte. De schilderwerkplaats heeft ze groen en rood geverfd en daarna zijn ze alle in drie stukken gezaagd. Dat is op verschillende manieren mogelijk.
    Misschien is de oefening te vinden in een boek met sociale vaardigheidsoefeningen. Ik weet dat niet. Ik heb hem indertijd gekregen van een ervaren professional van het NPI Instituut voor Organisatieontwikkeling in Zeist en de oefening een aantal keren voorgeoefend met hem, voordat ik er zelf mee kon werken.

    1. Maya van den Heuvel

      Beste Frans,
      de pentagon oefening is voor mij een oude bekende. Net als jij ooit door een medewerker van het NPI op het spoor gezet. Op zoek naar een geheugensteuntje met betrekking tot de uitvoering ervan kwam ik vandaag op de site waar ik jouw beschrijving vond. Nu heb ik al enig tijd geleden me afgevraagd wat het meest geeigende moment is – qua impact op deelnemers – om de herhaling te doen: is dat direct na de eerste keer of pas na een nabespreking van die eerste keer? Wat is jou ervaring hiermee?
      Maya van den Heuvel

  8. Frans Wuijts

    Waarom groen en rood geverfd? Dat had ik er even bij moeten vermelden, namelijk dat we de oefening in twee parallelgroepen deden. Ieder uit de ene groep kreeg drie door mekaar gehusselde groene stukken, ieder van de andere groep de rode. Geen van de deelnemers kreeg drie stukken die al meteen pasten. Soms leek het erop dat er twee pasten, maar meestal was dat schijn. Als cursusleiders hadden we het in de verdeling van de stukken vooraf al zo geregeld dat de moeilijkheidsgraad zo groot mogelijk was.
    Interessant was in de evaluatie te zien of er tussen beide groepen overeenkomsten en verschillen waren in het proces, in de motieven tot geven, in de snelheid van resultaat e.d.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s