Hier snapt een gewoon mens toch niks van?

In de moderne geestelijke ontwikkeling der mensheid heeft zich pas ontwikkeld wat men het abstracte denken kan noemen. De mens van vroegere ontwikkelingstijdperken had dit denken niet. Het is echter noodzakelijk voor de ontwikkeling van de menselijke vrijheid. Want het maakt de kracht van het denken los van de beeldvorm. Men krijgt de mogelijkheid door het fysieke organisme te denken. Deze soort van denken wortelt echter niet in een werkelijke wereld. Het is alleen de inhoud van een illusoire wereld. [………] In dit schijndenken kunnen echter de morele impulsen zo opgenomen worden, dat ze op de mensen geen dwang uitoefenen. De morele impulsen zelf zijn werkelijkheid, omdat ze uit de spirituele wereld stammen; de wijze waarop de mens ze in zijn schijnwereld beleeft, maakt het hem mogelijk zich vrij naar hen te bepalen of niet te bepalen (Duits: bestimmen). Zij zelf oefenen noch door zijn lichaam, noch door zijn ziel enige dwang op hem uit.

Bron: Rudolf Steiner – GA 025 – Drei Schritte der Anthroposophie:  Philosophie, Kosmologie, Religion – Dornach september 1922  (bladzijde 21–22)

PS. Eerlijk gezegd snap ik niet veel van deze tekst. Ik heb ook een paar zinnen overgeslagen, omdat daar helemaal geen touw aan vast te knopen is voor mij. Maar hij zegt dus dat het hedendaagse abstracte denken een onwerkelijk schijndenken is, maar dat dit denken toch nodig is voor de ontwikkeling van de menselijke vrijheid, omdat dit denken geen dwang op de mens uitoefent. Houdt dit dan in dat als een mens die de ware, hogere werkelijkheid waarneemt, een ingewijde dus, zich wel gedwongen voelt en dus niet vrij is om zich naar de morele impulsen uit de spirituele wereld te richten of niet te richten?

Hierbij moet ik denken aan de woorden van een wijs man, de eind vorig jaar overleden Frank Polling: ‘Uiteindelijk heeft men alleen nog de vrijheid om het goede te doen.’