Rudolf Steiner – Ik denk, dus ik ben…Een merkwaardig soort onzin.

[…]wanneer mensen in deze richting beginnen te denken, dan worden dingen vanzelfsprekend die een merkwaardig soort onzin zijn; want van Descartes is, zoals u weet, de zin afkomstig: cogito ergo sum – ik denk, dus ik ben.

Beste vrienden, voor ontelbare scherpzinnige denkers gold dat als een waarheid: ik denk, dus ik ben. De consequentie daarvan is – van de ochtend tot de avond: ik denk, dus ik ben. Nu slaap ik in: ik denk niet, dus ik ben niet. Ik word weer wakker: ik denk, dus ik ben. Ik slaap in, dus nu ik niet denk, ben ik niet. – En de onvermijdelijke consequentie is: een mens slaapt niet alleen in; hij houdt op te zijn, als hij inslaapt! Er is geen minder geschikt bewijs voor het bestaan van de menselijke geest dan de uitspraak: ik denk. Niettemin begon deze uitspraak in het tijdperk van de bewustzijnsontwikkeling als de doorslaggevende uitspraak te gelden.[…]

Bron: GA 237 – Dornach 1 juli 1924

De hele voordracht waaruit dit citaat komt, is in het Nederlands HIER te vinden op de onvolprezen website van een der grootste kenners der antroposofie (wereldberoemd in Nederland en ver daarbuiten) Michel Gastkemper – Antroposofie in de pers.