Wat het goede wordt genoemd, is niet datgene wat de mens moet, doch wat hij wil.

Wie naar idealen van verheven  grootsheid streeft, doet dit, omdat zij de inhoud van zijn wezen uitmaken. De verwezenlijking zal voor hem een genot betekenen, waartegenover de lust, die de armzaligheid in de bevrediging van alledaagse verlangens smaakt, gering te achten is. Idealisten zwelgen geestelijk in genot bij het in praktijk brengen van hun idealen.

Wie de lust aan bevrediging van het menselijk begeren wil uitroeien, moet de mens eerst tot slaaf maken, die niet handelt, omdat hij wil, doch slechts omdat hij moet. Want het bereiken van wat wordt gewild, bereidt lust. Wat het goede wordt genoemd, is niet datgene wat de mens moet, doch wat hij wil, wanneer hij de volle, ware aard van zijn menselijke natuur tot ontplooiing brengt. Wie dit niet erkent, moet eerst bij de mens uitdrijven wat deze zelf wil en hem vervolgens van buiten af laten voorschrijven, wat hij zijn wil als inhoud te geven heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 4 – De filosofie der vrijheid  – 1894