Rudolf Steiner over psychoanalyse

De eigenaardigheid om menig ziel, zoals bijvoorbeeld de psychoanalytici het doen, op dwaze wijze uit “verborgen zielenprovincies” te verklaren – men kan immers alles aan het verborgene toeschrijven -, dat moet ophouden, en men moet de werkelijke oorzaken zoeken. Want het gedoe der psychoanalytici, die in zeker opzicht werkelijk ook veel goeds tot stand brengen, dat doet menigmaal eraan denken alsof iemand zou zeggen: ‘In het jaar 1749 is bij een patriciër in Frankfurt een later zeer begaafde zoon geboren: men kan nu nog de plaats vaststellen waar in Frankfurt deze later als Wolfgang Goethe bekende mens geboren is. Graaf maar eens in de aarde, door welke uitwaseming zijn begaafdheden tot stand gekomen zijn.’ – Zo komen iemand de psychoanalytici vaak voor! Ze graven onder de aardbodem naar de ziel, in de “verborgen provincies”, die ze eerst zelf hypothetisch ontdekken, terwijl men in werkelijkheid in vorige aardelevens en in het leven tussen dood en nieuwe geboorte zoeken moet. Dan verruimt zich het begrip voor mensenzielen. Mensenzielen zijn waarachtig veel te rijk om hun inhoud uit één enkel aardeleven te kunnen leren kennen.

Bron: GA 236 – Esoterische Betrachtungen Karmischer Zusammenhänge – deel 2 – Dornach 12 april 1924