Rudolf Steiner – Talenten-Reïncarnatie-Karma

De meeste voorstellingen die we ons gewoonlijk over reïncarnatie en karma vormen berusten op een dwaling. U zult ongetwijfeld wel eens hebben meegemaakt dat een antroposoof een ander mens, die bijvoorbeeld goed kan rekenen, ontmoet, en zich dan gemakkelijk de voorstelling vormt dat die ander in de vorige incarnatie een goed rekenaar is geweest. Helaas stellen antroposofen die zich als zodanig onvoldoende hebben ontwikkeld vaak op deze manier incarnatiereeksen op. Er wordt dan eenvoudig aangenomen dat de vorige incarnatie te vinden is doordat men de talenten die in de huidige incarnatie te voorschijn komen ook zal moeten aantreffen in de voorafgaande of wellicht meerdere voorafgaande incarnaties.

Deze manier van speculeren is buitengewoon ondeugdelijk. Gewoonlijk zit men er dan naast, want de werkelijke waarnemingen met de middelen van de geesteswetenschap laten meestal precies het omgekeerde zien. Bij mensen die bijvoorbeeld in de vorige incarnatie goede rekenaars, goede wiskundigen waren, zien we dat ze in de huidige incarnatie geen wiskundige begaafdheid vertonen, die ontbreekt geheel. En wie wil weten welke gaven hij in de vorige incarnatie hoogstwaarschijnlijk had – ik wijs er op dat wij nu het gebied van de waarschijnlijkheid betreden – wie wil weten welk vermogen tot intelligentie, kunstzinnigheid, enzovoort hij in de vorige incarnatie heeft gehad, doet er goed aan om na te gaan waartoe hij in deze incarnatie het minst geschikt is, welke gaven het minst ontwikkeld zijn. Als dat duidelijk is geworden, zal blijken waarin men in de vorige incarnatie waarschijnlijk heeft uitgeblonken, op welk gebied men in het bijzonder begaafd was. Ik zeg ‘waarschijnlijk’, omdat deze dingen enerzijds vaak waar zijn, maar anderzijds dikwijls door andere dingen doorkruist worden.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand in de vorige incarnatie een bijzondere wiskundige begaafdheid had, maar vroeg is gestorven, zodat deze wiskundige begaafdheid zich niet volledig heeft kunnen verwerkelijken; hij zal dan in zijn volgende incarnatie weer met een wiskundige begaafdheid geboren worden – en deze incarnatie zal zich dan als een voortzetting van de vorige voordoen. De jong gestorven wiskundige Abel zal in zijn volgende incarnatie ongetwijfeld met een sterke wiskundige begaafdheid geboren worden. Als een rekenaar daarentegen heel oud is geworden en zijn begaafdheid zich heeft uitgeleefd, zal de bewuste persoon in zijn volgende incarnatie bepaald dom zijn op het gebied van de wiskunde. Zo ken ik iemand die zo weinig wiskundig begaafd was, dat hij als schooljongen getallen eenvoudigweg haatte. Alleen doordat hij voor andere vakken bijzonder goede rapportcijfers kreeg kon hij de school doorlopen. Dat kwam doordat hij in de vorige incarnatie een bijzonder goed wiskundige was geweest.

Als men hier verder op ingaat blijkt het volgende. Waar men zich in een incarnatie op toelegt, dat wil zeggen wat men niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk als beroep uitoefent, dat gaat in de volgende incarnatie over in de opbouw van de organen. Als men bijvoorbeeld in een incarnatie een bijzonder goed wiskundige is geweest, neemt men dat wat men zich eigen heeft gemaakt aan beheersing van getallen en wiskundige figuren mee naar een volgende incarnatie. Het wordt dan verwerkt in een bijzonder gedifferentieerde vorming van de zintuigen, bijvoorbeeld van de ogen. Mensen die een goed gezichtsvermogen hebben, ontvangen deze zorgvuldige ontwikkeling van de oogvormen doordat ze in de vorige incarnatie in vormen gedacht hebben, en dit denken-in-vormen hebben meegenomen. In de tijd tussen dood en nieuwe geboorte hebben zij de vormgeving van hun ogen op bijzonder verfijnde wijze verzorgd. De wiskundige begaafdheid is dan in het oog overgegaan en leeft zich niet meer als zodanig uit.

Een ander geval dat occultisten bekend is, is dat van een individualiteit die heel intens in architectonische vormen leefde. Wat deze persoon daar beleefde, vormde zich om tot innerlijke zielekrachten en werkte uiterst gedifferentieerd het gehoororgaan uit. Zo werd deze individualiteit in de volgende incarnatie een groot musicus. Niet een groot architect, want de belevingsvormen die bij de architectuur hoorden, werden tot orgaanopbouwende krachten, zodat er niets overbleef dan een zeer sterke muziekbeleving.

Als wij de allerdomste kanten van ons wezen ontdekken, kunnen deze ons vrijwel zeker op het spoor brengen van de dingen waarin wij in de voorafgaande incarnatie hebben uitgeblonken. Hier blijkt dat het voor de hand ligt om juist deze dingen van de verkeerde kant aan te pakken.

Bron: Reïncarnatie en karma – GA135 –  Berlijn 23 januari 1912

Advertentie

10 gedachtes over “Rudolf Steiner – Talenten-Reïncarnatie-Karma

    1. Het boek ‘Werkingen van het karma’ bevat waarschijnlijk dezelfde voordrachten als de oudere boeken die ik heb, namelijk ‘Reïncarnatie en karma’ (GA 135), waaruit dit citaat komt, en ‘Openbaringen van het karma’ (GA 120).

      Ik begrijp niet helemaal waarom dit fragment over talenten nu bescheiden zou maken. Bedoelt u daarmee dat de talenten die men bezit een gave zijn die men niet door eigen verdienste heeft verworven?

  1. Het is inderdaad zo dat die voordrachten uit 1912 in Berlijn tegenwoordig ook zijn opgenomen in ‘Werkingen van het karma’ en dus gewoon verkrijgbaar zijn. Wat ik bedoelde met die bescheidenheid, is wat Steiner zegt over de gaven die je je in vorige incarnaties verworven hebt. Die komen in het heden meestal helemaal niet tevoorschijn, je bent volgens hem dan juist op die gebieden erg onhandig en ongeschikt. Als ik nu iemand tegenkom die iets helemaal niet kan, dan kan ik denken: wat een sukkel. Maar in werkelijkheid zou het precies andersom kunnen zijn: degene is geniaal op dat gebied geweest, maar heeft er nu helemaal geen belangstelling meer voor, want dat heeft hij al lang uitgeleefd. Dat maakt mij bescheiden ten opzichte van zo iemand; ik hoef niet zo hoog van de toren te blazen. Maar ook naar mezelf zou ik met andere ogen kunnen kijken en milder over mezelf en mijn onvermogens kunnen en mogen oordelen. In het juiste perspectief is alles relatief en in ontwikkeling.

    1. Ja, helemaal mee eens, ik had al een vaag vermoeden dat u het zo bedoelde.
      Als men iets kan wat een ander helemaal niet kan, dan is dit geen reden om zichzelf op de borst te kloppen, want in een vorig leven kan het wel precies andersom zijn geweest. Wel blijft voor mij de vraag enigszins in de lucht hangen: hoe komt men nu aan één of ander talent? Het is voor mij toch maar moeilijk voor te stellen, dat men een of ander talent kan hebben zonder dat men dat al eerder ontwikkeld heeft.
      En daar komt nog bij: als talenten nu niet zonder meer overgaan van het ene naar het andere leven, wat gaat er dan wel over? Als iemand een of andere deugd heeft ontwikkeld, bijvoorbeeld zelfbeheersing, dapperheid, matigheid, ik noem maar wat, heeft hij die deugden dan van nature in een volgend leven?
      Overigens wil ik u niet lastig vallen met te veel vragen, dus als u geen tijd heeft, never mind.

  2. Beste mijnheer Van Dijk,
    Als ik een antwoord op uw vragen wist, zou ik het u geven, maar ik heb dat niet paraat. Ik zou ook niet goed weten waar ik het zoeken moest. In ‘Openbaringen van het karma’ (Berlijn, mei 1910, ook in ‘Werkingen van het karma’ opgenomen) is het nodige te vinden aan wetmatigheden van eigenschappen die van het ene leven in het andere leiden. Maar of de menselijke talenten daarin zo duidelijk tevoorschijn komen, weet ik niet.
    Enige tijd geleden had u een gedeelte uit een voordracht waarin Steiner spreekt over de ‘pedagogische aanpak’ om aan kinderen rode wijn te geven. Na dit voorbeeld gaat Steiner op nog enkele andere situaties in die van invloed zijn op de tweede helft van het leven en die zelfs tot in een volgend leven reiken. Daar lijkt me iets te vinden wat in de richting van een antwoord op uw vragen wijst.

    1. Ik zal die voordrachten die u hier noemt, nog eens nalezen, met name die over ‘rode wijn’ etc. Ik heb ze al vaak gelezen, ook die zesdelige serie “Esoterische Betrachtungen karmische Zusammenhänge’ Ik weet er ook wel wat van, maar echt goed duidelijk is het toch allemaal niet. Bedankt voor uw tips.

  3. Ik heb me vergist wat betreft die rode wijn. U schreef daarover op 8 mei in ‘Rudolf Steiner – Rode wijn, een zeer eigenaardig medisch voorschrift’, met als bron: GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – Wiesbaden, 7 Januar 1911.
    Ik ben hetzelfde echter tegengekomen in GA 125, ‘Wege und Ziele des geistigen Menschen’, op 11 december 1910 in München, en deze voordracht bedoelde ik. Op internet is dit hier te vinden op bladzijde 213 en verder.
    Maar ik heb ook nog verder gezocht naar die talenten van u, en vond de volgende plekken.

    ‘Alle Erfahrungen eines Erdenlebens treten in späteren Erdenleben wieder auf als Fähigkeiten und Talente.’
    Dit staat in GA 94 – Kosmogonie, Seite 152, Populärer Okkultismus, Sechster Vortrag, Leipzig, 3. Juli 1906.

    ‘Aus den Schmerzen des vorigen Lebens produziert der Mensch in der Tat durch seine Erfahrungen im Devachan Talente und Weisheit für das nächste Erdenleben.’
    Dit staat in GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis, Seite 064, Fünfter Vortrag, Kassel, 20. Juni 1907.

    ‘Auf diese Weise ist der Mensch für jede neue Inkarnation selbst mitschöpferisch sowohl für seine Form wie auch für seine Fähigkeiten wie für sein Schicksal. Was er der Außenwelt als seine Taten eingegraben hat, kommt ihm zurück als sein Schicksal; was er in seinen früheren Leben sich selber eingegraben hat, kommt ihm zurück als seine Fähigkeiten und seine Talente.’
    En dit staat in
    GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen, Seite 172, Zehnter Vortrag, Berlin, 16. Mai 1908.

    1. Uw reactie werd niet meteen geplaatst, maar moest tot mijn eigen verbazing eerst door mij goedgekeurd worden. Na enig nadenken weet ik weer hoe dat komt. Het is zo ingesteld, dat als er in een reactie meer dan 4 links staan, dan moet ik het eerst goedkeuren. De reden hiervan schijnt te zijn dat het een kenmerk van spamreacties is dat er veel links in staan. Het dient dus ter beveiliging tegen ongewenste mails. Overigens had u niet meer dan 4 links, maar precies 4, evengoed werd het niet geplaatst. Hoe dat nu weer komt, weet ik niet, een mens kan er wel gestoord van raken.

      Die vier voordrachtenseries die u noemt: GA 125, GA 94, GA 100 en GA 102 ga ik alle 4 in PDF op mijn e-reader zetten en dan ga ik eerst speciaal die bladzijden lezen die u hier noemt en daarna de hele voordrachtenseries. Ik denk dat dit precies is wat ik zoek en het meeste heb ik waarschijnlijk niet eerder gelezen. Ten zeerste bedankt, ik heb hier veel aan.

  4. Fijn dat ik u toch heb kunnen helpen! De bladzijden die ik heb aangegeven gelden alleen voor de bijbehorende linken, omdat de recente versies van de GA op papier meestal een andere bladzijdetelling hebben (om het ingewikkeld te maken).

    1. Nee, het klopt wel hoor. U zult wel gelijk hebben dat in de boeken de bladzijdenummering anders is dan in de GA, maar de nummering van de bladzijden van http://fvn-rs.net/ (waar uw links uit komen) is hetzelfde als in
      http://fvn-rs.net/PDF/GA/ , die ik dus gebruik. Ik heb het gecheckt voor alle vier links die u gaf.
      Ik heb die voordracht uit GA 125 die u noemt al bijna geheel gelezen. Buitengewoon boeiend, moet ik zeggen. Ik ga nu de andere links die u noemt lezen. De tv is vanavond toch weer prut met peren. Heerlijk, zo’n e-reader, ik kan er lekker bij gaan liggen en hoef niet steeds achter de computer zitten te lezen. Alleen schiet me nog te binnen dat ik nog een blog voor morgen bij mijn WordPressweblog moet zetten. Maar even zoeken, ik heb niet zo veel Steinercitaten meer in voorraad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s