Rudolf Steiner – Woede

Wie in het leven goed om zich heen kijkt zal zien dat de mens die niet in edele woede kan ontsteken over een onrecht of een dwaasheid, ook nooit tot ware mildheid en liefde kan komen. Wanneer u om u heen kijkt zult u zien dat de mens die het voor zijn vorming nog nodig heeft om in edele woede te ontsteken wanneer hij geconfronteerd wordt met onrecht of dwaasheid, ook bezig is een liefdevol hart te ontwikkelen, dat door liefde gedreven wordt het goede te doen. Woede die overwonnen, die gelouterd wordt, verandert in liefde en mildheid. Een liefdevolle hand zou in deze wereld een zeldzaam verschijnsel zijn, wanneer zij niet tevens in staat was zich nu en dan tot een vuist te ballen wanneer de mens in edele woede ontsteekt over een onrecht of dwaasheid. Dat zijn dingen die bij elkaar horen. Getransformeerde woede is liefde. Dat is wat de realiteit ons leert. Daardoor heeft de woede, die de perken niet te buiten gaat, de functie de mens tot de liefde te brengen; we zouden kunnen zeggen, dat de woede opvoedt tot liefde.

Metamorfosen van het zielenleven – GA 58 – München 5 december 1909